Dutch Articles

Welkom!

Januari 2026

Redactioneel

Blijf altijd positief…

In deze wereld, die karma-bhumi wordt genoemd, kan niemand ontsnappen aan de eeuwige wet van karma. De eeuwige wet van karma is: wat je zaait, zul je oogsten. We hoeven anderen niet onnodig de schuld te geven van onze problemen en lijden. We moeten onszelf de schuld geven. We hebben in het verleden iets verkeerds gedaan. Sommige religies noemen dat zonde. Vedanta erkent geen zonde. Er bestaat niet zoiets als papa of zonde. Er zijn fouten. We maken allemaal fouten in ons leven. We hebben gehoord dat het verkeerd is om je handen in een brandend vuur te steken, omdat je ze dan verbrandt. Maar we steken onze handen erin. Wanneer de gevolgen zich voordoen, geven we God, familie, buren en iedereen om ons heen de schuld. Vedanta adviseert ons om te stoppen met anderen de schuld te geven.

Nog een advies dat Vedanta geeft, is om ook te stoppen met jezelf de schuld te geven. Zelfkritiek heeft een grens. Verneder jezelf niet te veel, want dat blokkeert alle kanalen van genade en liefde. Vedanta leert ons onszelf te verontschuldigen voor onze fouten uit het verleden. Zodra we onze schuldgevoelens van ons afschudden, worden we licht. We openen de kanalen voor genade en liefde van het Goddelijke. We groeien.

Vedanta is geen fatalisme. Het zegt niet: “Je hebt in het verleden fouten gemaakt en daarom ben je gedoemd.” Zo’n idee bestaat niet in Vedanta. Vedanta is positiviteit, kansen en helder licht. Ja, er is lijden of een probleem als gevolg van een daad uit het verleden. Maar begin te bidden tot Ishvara, begin iets goeds te doen, een onzelfzuchtige daad te verrichten, mantra’s te herhalen, te mediteren, iets goeds te doen. Alle gevolgen van fouten uit het verleden worden uitgewist. De allerhoogste incarnatie van Liefde en Mededogen, Moeder Sri Sarada Devi, verzekert ons: “Als het door een misdaad uit het verleden voorbestemd is dat je je been verliest, zal er door gebed slechts een speldenprikje zijn. Of karma stroomt weg als het water dat onder een brug doorstroomt, zonder je te beïnvloeden.”

Vedanta is Leven. Leven is positief. We maken ons leven ellendig door extreme negativiteit, zelfverwijt en onwetendheid. De ware weg is om zonder angst, zonder verdriet, maar met de hoop dat we het Licht zullen zien, naar het Licht toe te gaan. Het beste middel hiervoor is om elke dag onbaatzuchtig een goede daad te verrichten, al onze plichten aan Ishvara op te dragen en onszelf aan Ishvara te offeren.

Swami Sunirmalananda

__________

Tests door Sri Ramakrishna

Om de neiging van iemands geest vast te stellen, of het nu naar goed of kwaad neigt, zou Sri Ramakrishna de hand van de persoon van zijn vingers tot de ellleboog wegen in zijn eigen hand. Als hij het gewicht minder vond dan normaal zou hij concluderen dat de geest in de richting van goed was. We zullen een voorbeeld geven. Terwijl Sri Ramakrishna verbleef in de Cossipore tuin, lijdend aan kanker, kwam de jongere broer van de huidige schrijver op een dag de Meester bezoeken. De Meester was erg blij hem te zien. Hij liet hem naast zich zitten, ondervroeg hem over verschillende dingen en gaf hem veel instructies. Toen ik binnenkwam om Sri Ramakrishna te zien vroeg hij mij: ” Is dit je jongere broer? Hij is een fijne jongen en intelligenter dan jij. Laat me kijken of hij goede of slechte neigingen heeft. Dit zeggend nam hij de hand van mijn broer in de zijne en woog deze en zei:” Ja, hij heeft goede neigingen.” Hij vroeg toen: ” Zal ik hem naar me toetrekken ( dwz zijn geest van de wereld afwenden en op God richten)? Wat zeg je?” Ik antwoordde: ” Ja. doet u dat alstublieft.” Maar Sri Ramakrishna dacht even na en zei:” Nee, niet meer. Ik heb er een genomen, en als ik deze ook zou nemen, zouden je ouders speciaal je moeder, erg bedroefd zijn. Ik heb menig Shakti (vrouw) in mijn leven misnoegd. Niet meer nu.”

De Meester zei altijd:” Mensen met verschillende neigingen hebben ook verschillende manieren om fijsiologisch te functioneren, zoals slapen. Deskundigen kunnen in deze dingen tekenen van karakter vinden. Bijvoorbeeld, niet alle mensen ademen op dezelfde manier in de slaap. Een werelds mens ademt op de ene manier, een man van verzaking op een andere manier.”

Van vrouwen zei Sri Ramakrishna dat er twee soorten zijn: vidya Shakti, van een goddelijke natuur, en avidya Shakti, van asurische  of lage natuur. ” Degenen van goddelijke aard, ” zei hij, ” eten en slapen weinig. Zij geven niet om zinsbevrediging, zij praten graag met hun echtgenoten over religieuze onderwerpen, en ze redden hun echtgenoten van kwade gedachten en onzuivere daden door hen te inspireren met spirituele gedachten. Zij helpen hun echtgenoten om een spiritueel leven te lijden, zodat zij (de echtgenoten) uiteindelijk God kunnen realiseren.” Maar de avidya Shakti zijn precies het tegenovergestelde.

” Zij eten en slapen veel, en ze willen dat hun echtgenoten aan niets anders dan aan geluk denken. Als hun echtgenoten over religie praten raken zij geirriteerd.”

Op deze manier vertelde Sri Ramakrisna ons veel dingen. Op een keer onderzocht hij het lichaam van Naren (Swami Vivekananda ) op die manier. Hij was erg blij met het resultaat. Hij zei: ” Je hebt alle goede tekens op je lichaam, alleen tijdens de slaap adem je zwaar. Yogis zeggen dat dat wijst op een kort leven.

Uit het boek: Sri Ramakrishna zoals zijn discipelen hem zagen

selectie en vertaling : Mary Saaleman

___________________

Swami Vivekananda had een voorraad grappige verhalen, waarvan hij er sommige steeds weer vertelde. Een daarvan ging over een missionaris op de kannibaleneilanden die bij aankomst aan de mensen daar vroeg hoe ze zijn voorganger vonden en het antwoord kreeg: “Hij was hee-lijk”. Een ander ging over de zwarte prediker die, terwijl hij het verhaal van de schepping van Adam vertelde, zei: “God schiep Adam en zette hem tegen het hek om te drogen.” Toen werd hij onderbroken door een stem uit de gemeente: “Wacht even, broeder. Wie heeft dat hek gemaakt?” Hierop boog de zwarte prediker zich over de preekstoel en zei plechtig: “Nog één dergelijke vraag en u gooit alle theologie omver.”

Dan vertelde Swamiji over de vrouw die hem vroeg: “Swami, bent u boeddhist?” {uitgesproken als bud = knop}, en hij zei dan gemeen maar met een ernstig gezicht: “Nee, mevrouw, ik ben bloemist.”

Zuster Christine

____________________

De boodschap van Acharya S.N. Goenka

Kees Boukema

“Waar duisternis is, daar is behoefte aan licht. Nu de wereld wordt geteisterd door gewelddadige conflicten, door oorlog en bloedvergieten, zijn vrede en harmonie bittere noodzaak. Dit is een enorme uitdaging voor wereldleiders en voor geestelijk leiders. Laten wij die uitdaging aangaan.

‘Religies hebben een innerlijke essentie en uiteenlopende manifestaties, zoals rituelen, erediensten, geloofsuitingen en dogma’s. Die buitenkant verschilt per religie, maar de essentie ligt op het gebied van moraliteit en naastenliefde en is universeel: Het ontwikkelen van een gedisciplineerde, zuivere geest vol liefde, mededogen, goede wil en verdraagzaamheid. Geestelijke leiders zouden de nadruk moeten leggen op hetgeen ze met elkaar gemeen hebben en gelovigen zouden dit in praktijk moeten brengen. Als men zich zou richten op de essentie van religies en toleranter zou zijn ten opzichte van hun buitenkant zou de kans op conflicten aanzienlijk kleiner worden.”

Deze woorden werden uitgesproken op 31 augustus 2000 in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York bij de opening van het “Millenium World Peace Summit of Religious and Spiritual leaders”. [zie YouTube www.dhamma.org/nl]. Toehoorders reageerden met applaus en gejuich. De spreker, Acharya Satya Narayan Goenka, meditatieleraar in India, vervolgde aldus:

“Ieder individu moet vrijheid van godsdienst hebben. Gelovigen moeten er voor waken de essentie niet te verwaarlozen en ervoor zorgen, dat ze met hun eigen religieuze praktijken die van anderen niet verstoren. Men zou afwijkende geloofsovertuigingen niet moeten veroordelen of als minderwaardig betitelen. De Boeddha werd vaak benaderd door mensen met uiteenlopende overtuigingen. Hij zei dan: ‘Laten we onze verschillen opzij zetten, laten we onze aandacht richten op datgene waar we het over eens zijn en laten we dat in praktijk brengen.’

“Ik kom uit een oud land, waar in de afgelopen duizenden jaren veel filosofische en spirituele scholen zijn ontstaan. Afgezien van incidenteel geweld, was mijn land een toonbeeld van vreedzame religieuze co-existentie. Ongeveer 2300 jaar geleden werd dat land geregeerd door keizer Ashoka de Grote. Hij liet overal verordeningen in stenen pilaren beitelen, dat alle religies gerespecteerd moesten worden. Daardoor konden aanhangers van alle religies zich veilig voelen. Die inscripties zijn nog steeds leesbaar:

    “Wij mogen onze eigen religie eren en moeten andere godsdiensten respecteren. Door dat te doen helpen wij onze eigen religie groeien en we bewijzen die van anderen een goede dienst. Iemand die zijn eigen religie eert en die van anderen veroordeelt, doet dat misschien uit liefde voor zijn eigen religie, maar zijn gedrag brengt deze eerder schade toe. Er moet eensgezindheid zijn: de bereidheid om te luisteren naar de leer van anderen.”

Er zijn, volgens Goenka, nog steeds leiders die deze traditie levend houden. Hij noemt als voorbeeld ‘Oman’, het sultanaat aan de zuidoost kust van het Arabisch schiereiland. “Het is een land waar vrijheid van godsdienst is, dat wordt bestuurd door een vorst, die vol toewijding de islam praktiseert en toestaat dat, zowel in moskeeën als in kerken en tempels, aanhangers van diverse religies hun geloof belijden. Het propageren van godsdiensten wordt niet geaccepteerd en missionaire bekeringspraktijken zijn er verboden.”

In Oman is de Islam staatsgodsdienst; de overgrote meerderheid van de Omanieten is aanhanger van het Ibadisme, een stroming binnen de islam die van oudsher tolerant staat ten opzichte van andere religies en leert dat geloof nooit een reden kan zijn voor oorlog of geweld. Een geloof blijft levend als het in harmonie is met de veranderende, culturele en wetenschappelijke omstandigheden.

“Er zullen”, zei Goenka, “ook in de toekomst regelmatig zulke bestuurders aan de macht komen. Er staat geschreven: ‘Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen de zonen van God genoemd worden.’ (Matt. 5: 9). Als er geen vrede is in de harten van mensen, kan er geen vrede zijn in de wereld. Iedere religie, die de naam waardig is, verdeelt niet, maar verbindt. Laat er geen bekering zijn van de ene religie naar de andere, maar bekering van ellende naar vreugde, van gebondenheid naar vrijheid en van wreedheid naar compassie.” (Opnieuw: Luid applaus en enthousiast gejuich).

“Voor een vreedzame samenleving is het nodig dat steeds meer leden van die samenleving vreedzaam zijn. Het is onze verantwoordelijkheid als leider om een voorbeeld te zijn en een bron van inspiratie. Een vreedzame samenleving zal ook een manier weten te vinden om in harmonie te leven met haar natuurlijke omgeving. We weten allemaal hoe belangrijk het is om onze leefomgeving te beschermen en milieuvervuiling een halt toe te roepen. Mentale vervuilers zoals onwetendheid, wreedheid en hebzucht staan ons in de weg. Als we deze vervuilers uit de weg ruimen, zal dit niet alleen de vrede tussen mensen bevorderen maar ook een gezonde relatie tussen de menselijke samenleving en haar natuurlijke omgeving.

“Er bestaan verschillen tussen religies onderling, dat is waar. Door bijeen te komen op deze Topconferentie voor Wereld Vrede, laten de leiders van alle belangrijke religies zien dat ze zich willen inzetten voor de vrede. Moge vrede het grondprincipe zijn van een “universele religie”. Laten wij eensgezind zijn en in onze verklaring vastleggen dat wij ons zullen onthouden van doden en dat wij geweld veroordelen.” Aldus de Indische meditatie leraar Satya Naryan Goenka in zijn toespraak op 31 augustus 2000 in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York.

  _______________________________

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.

 

_________________

De “Verlossing” van Babel

Paulo J. S. Bittencourt
Professor of the History Course at UFFS – Erechim Campus

Ik ben een verbijsterde getuige van wat de Prometheïsche mensheid heeft geprobeerd te bereiken, verspreid over het immense veld van talen, in het jaar 2044. Het is wanhopig om deze reden dat ik deze brief schrijf, beroofd, tegen mijn wil, van de sereniteit die de meest dringende haast altijd bedreigt. Want ik heb weinig tijd meer, en alsof dat nog niet genoeg is, worden afwijkende meningen altijd het doelwit van de meest dwaze vervolging. Ik wens vurig dat de woorden die ik hier weef, mogen weerklinken in verre toekomsten, en de oren mogen bereiken van tijdreizigers wier nobele reizen we in onze dromen zo graag zouden willen ondernemen, hoewel onze stappen, zo rechtschapen, die nu nog niet kunnen betreden. Misschien kunnen de ware pelgrims die onze verwachtingen idealiseren, dan de generaties die mij voorgingen op een geschikt moment waarschuwen voor de gevaren die voortvloeien uit hun ondoordachte daden.

Ik hoop daarom van harte dat deze woorden, opgeslagen in een van de vrijwel oneindige flessen die over de digitale oceanen varen, ook via ingewikkelde paden gevonden mogen worden door hen die met beide benen op de grond staan. Hier waag ik een onderzoek naar de ingrijpende gevolgen voor onze kijk op de wereld en menselijke relaties, voortkomend uit de meest revolutionaire virtuele toepassing die ooit is bedacht. Dit is “Redeemed Babel”, wat eenvoudigweg vertaald kan worden als “Babel verlost”.

De applicatie, die tien jaar geleden werd ontwikkeld, streefde naar een nobel principe: het overwinnen van het taalkundig kolonialisme dat zo wijdverbreid was in een mensheid die verdeeld was door materiële en symbolische machtsongelijkheid, ook al zijn de meest gesproken talen van dit moment, gedurende het grootste deel van de geschiedenis, uitsluitend ontstaan ​​door de gewelddadige onderwerping van sommigen door anderen. Men ging er echter van uit dat al deze problemen definitief overwonnen konden worden, zodat als de kolonisator nooit de moeite zou nemen om de taal van de gekoloniseerde te leren, de onderworpenen de taal van hun ondergeschikten niet langer hoefden te assimileren.

Bij het reconstrueren van de geschiedenis van dit gedurfde project herinner ik me dat de oorsprong ervan teruggaat tot de eerste virtuele vertalers die zo wijdverbreid waren, bijvoorbeeld op het inmiddels vergeten YouTube. Deze afsplitsing bestond in feite uit digitale voorlezers die simpelweg de originele talen van contentmakers vertaalden voor de landen waar hun kanalen werden gesynchroniseerd. Het was uiteraard een manier om de kosten te vermijden die gepaard zouden gaan met het inhuren van een verteller wiens moedertaal die van het doelland was.

Vanuit deze tak ontvouwden zich vervolgens snel de eerste stappen van de applicatie in verschillende landen, waardoor de acceptatie ervan exponentieel toenam. Het programma volgde in principe hetzelfde structurele patroon als bij de ontwikkeling, hoewel de snelle vooruitgang in de computerwereld een geleidelijk toenemende efficiëntie tot op het punt van instantane verwerking mogelijk maakte. Het principe is als volgt: via zeer complexe headsets met twee gesprekspartners, die elkaars taal niet spreken, verwerkt het programma de simultane vertaling van wat er gezegd wordt, waardoor dialogen zich in verbazingwekkend realtime ontvouwen. Het leren van vreemde talen werd daardoor als een volstrekt overbodige bezigheid beschouwd.

Het vergt niet veel denkwerk om te concluderen dat het grote contingent vertalers en docenten vreemde talen werd verbannen naar de verdeelde massa van het lompenproletariaat, waaruit slechts kleine lagen qua arbeid werden herplaatst. Al diegenen die zich toelegden op de studie van levende talen werden gezien als de dilettantische geleerden van weleer die zich bezighielden met dode talen. Hun ontluikende stemmen vonden slechts weerklank in woestijnen van luisteraars. Ja, het is waar, het werd ook overbodig voor sprekers van ruimtelijk meer beperkte talen om de talen van rijken te leren spreken.

De mensheid ontdekte vervolgens dat de Toren van Babel niet gebouwd kon worden met in de zon gedroogde kleistenen, maar met ongrijpbare blokken te midden van een planeet met extreem hoge temperaturen. De ontdekking door alle samenlevingen dat er andere groepen bestaan ​​die een andere taal spreken dan zijzelf, was wat de implosie veroorzaakte. Het idee dat verschillende klanken vergelijkbare betekenissen produceren, ging volledig verloren. Zoals Octavio Paz ons eraan herinnert, is het juist de diversiteit aan talen die de band tussen klank en betekenis verbreekt en de eenheid van de geest ondermijnt. Men geloofde dat deze relatie niet alleen tot de natuurlijke orde behoorde, maar ook tot het bovennatuurlijke. Hoewel onverklaard, was het een band die de voorwaarden van de relatie onscheidbaar en onontbindbaar maakte. Als de Geest verenigd is, creëert de ziel, als verstrooiing, andersheid. Dit was precies het antwoord van het verhaal van Babel op de verwarring die onder ons ontstond door het bestaan ​​van vele talen. “De hele wereld sprak dezelfde taal en dezelfde woorden.” (Genesis 11:1) De mensheid bedacht vervolgens een project dat de Geest beledigde. “Kom, laten we een stad en een toren bouwen die tot in de hemel reikt!” (Genesis 11:4) Net zoals Prometheus zwaar werd gestraft door Zeus omdat hij het vuur van de goden stal en aan de mensheid gaf, straft Jahweh ook de menselijke overmoed. ‘Zie, zij zijn allen één volk en zij spreken allen één taal. Dit is nog maar het begin van wat zij gedaan hebben; er zal nu geen plan meer voor hen gemaakt worden. Kom, laten wij afdalen en hun taal verwarren, zodat zij elkaar niet meer verstaan.’ (Genesis 11:7) Het gevolg was dat het volk ophield één te zijn, en het begin van de pluraliteit was tevens het begin van de geschiedenis, met zijn rijken, oorlogen en – zoals Octavio Paz waarschuwt – ‘die trotse puinhopen die beschavingen hebben achtergelaten.’ Zo werd het kosmopolitisme veroordeeld, ‘de pluriforme en pluralistische samenleving die het bestaan ​​van de ander en anderen erkent.’

Met ‘Redeemed Babel’ realiseerde de mensheid de universele communicator van Star Trek, in een poging de ruïnes van de oorspronkelijke, gefragmenteerde eenheid te overwinnen, maar schandelijk genoeg tegen de interesse in de unieke taalkundige geschiedenis in die altijd de onherleidbare singulariteiten van de belangrijke levenswerelden van verschillende culturen heeft gevormd. Als meervoudigheid in het verwoeste Babel als een vloek verscheen, maakte het verloste Babel de zonde tegen de Geest werkelijkheid. Dit komt doordat wat de ander zegt nu alleen en altijd wordt begrepen in termen van de taal die door de waarnemer wordt gesproken, waardoor er geen ruimte meer is voor reflectie op de arbitraire conventies van de relatie tussen klank en betekenis, zoals verdedigd door Saussure en zijn discipelen. En toch werd ook het oude magische geloof, gedeeld door dichters, in de identiteit tussen het woord en datgene wat het woord benoemt, gedood, maar op een nog brutalere manier.

Sprekers zijn nu atomen van gesloten identiteiten die, verrassend genoeg, in dezelfde mate verharden als ze via taal met elkaar interageren.

Ik doe deze waarschuwing uitsluitend vanuit de overtuiging dat de macht van onverschilligheid nooit zal ophouden een vorm van onderwerping van anderen te zijn. Zoals André Malraux betoogt, komt de wil tot geweld meer voort uit de ijdele zoektocht om aan de menselijke conditie te ontsnappen ten gunste van de chimere ziekte die de wil tot goddelijkheid is. De bouwers van Babel dachten er hetzelfde over.

Het was toen dat taaldiversiteit slechts een sierlijk, allang verouderd element werd. Door haar ondergang werd een geraffineerde vorm van identiteitsmoord op andersheid bekrachtigd.

De menselijke taal vernietigde dus de wereld.

Professor Paulo Bittencourt is a brilliant teacher of Ancient and Medieval History at the Universidade Federal da Fronteira Sul UFFS [Erechim Campus], Brazil. He contributes articles regularly, and is a columnist of a periodical too. He has several books to his credit. He is an ardent student of Vedanta.

 

 

______________________________________