Dutch Articles

Welkom!

Februari 2026

Redactioneel

Leerstellingen en wij…

Sinds onheugelijke tijden hebben verlichte meesters ons talloze belangrijke dingen geleerd. Ze hebben honderden belangrijke instructies nagelaten. Het is aan ons om te kiezen wat we wel en niet opvolgen. Hoewel iedereen instructies volgt en ernaar streeft verlichting te bereiken, kiezen sommigen van ons over het algemeen alleen die leringen uit die aansluiten bij onze eigen denkwijze. De rest negeren we. Stel dat de Meester zegt: “geld is klei, klei is geld”, dan vermijden we die leringen in stilte. En stel dat hij ons leert om niet te hamsteren, om de begeerte naar rijkdom af te zweren, enzovoort, dan vermijden we die leringen ook in stilte. We kiezen voor zulke “brede” leringen als “sarva dharma samabhav” (alle religies zijn één geheel), omdat die ons persoonlijk niet raken. We kunnen immers een stukje taart eten en genieten van een picknick. Dit is onze religiositeit. We vermijden zorgvuldig moeilijke leringen uit onze heilige geschriften, zoals “vasten op Ekadashi“, maar we onthouden wel dat we een speciaal gerecht moeten bereiden tijdens een feestdag. Na dit alles geven we God de schuld dat het niet goed met ons gaat, dat we geen vooruitgang boeken in het leven, enzovoort. We beschuldigen God voortdurend van onrecht. Dharma gaat niet alleen over onze rechten, maar ook over onze plichten. Na eeuwen van experimenten, ervaringen en overdenkingen hebben hindoeïstische rishi’s het menselijk leven ingedeeld in vier groepen, ofwel vier ashrama’s. Van de geboorte tot ongeveer 25 jaar moest de leerling zijn spirituele disciplines bestuderen en beoefenen. Het volgende deel was het moeilijkste, het leven als huisvader. In deze fase werden de verantwoordelijkheden talrijk en moest de huisvader de andere drie ashrama’s onderhouden. Na zich teruggetrokken te hebben uit het actieve leven, trok het gezin zich terug. Ze droegen de verantwoordelijkheden over aan hun kinderen en concentreerden zich op een hoger leven, ter voorbereiding op de grote overgang. Sommigen kozen zelfs voor de laatste staat, de staat van verzaking, waarbij ze alles opgaven en mediteerden over de Atman of God. Het hele systeem was zo wonderbaarlijk, zo praktisch en zo perfect dat duizenden en duizenden zielen ervan profiteerden en een verheven leven leidden. Eén ding was zeker: al deze ashrams hadden hun eigen taken. Ze moesten hun tijd niet verdoen, maar hard werken. Wat was het doel van elk van deze ashrams? “Ken jezelf”.

Niets wordt verdiend door te slapen op een bed van rozenblaadjes. Bovendien wordt alles wat geërfd wordt snel verkwist door een lui leven. We moeten hard werken om te verdienen. En in het spirituele leven, zoals onze grote meesters ons leren, zijn de resultaten groot als we zelfs maar een beetje moeite doen. ‘swalpam api asya dharmasya, trâyate mahato bhayât.’ [Gita, 2.40]. Voor onze gezondheid, vrede en geluk moeten we werken, actief bezig zijn. Dit is wat onze spirituele meesters ons leren.

Swami Sunirmalananda

__________

Over het leiden van een spiritueel leven…

Een toegewijde van Swami Shivananda (Mahapurush Maharaj): Ik ben een tijdje geleden getrouwd. Ik moest wel, om mijn ouders tevreden te stellen, die erop stonden en huilden, hoewel ik zelf helemaal niet wilde trouwen.

Swami Shivananda: Wat dan nog? Geboorte, huwelijk en dood – over deze drie gebeurtenissen hebben mensen geen controle. Het huwelijk is een goddelijke beschikking. Er is geen reden waarom je gehecht zou moeten zijn, zelfs niet als je getrouwd bent. Goed. Vervul je plichten en beoefen je spirituele praktijken naar beste vermogen, en laat je vrouw hetzelfde doen. Ook zij heeft een doel in het leven. Dit is niet voor het plezier. Net zoals jij door God bent geschapen, zo is zij dat ook. Jij bent een deel van God, en zij is een deel van de Moeder van het Universum. Leer haar het soort leven dat jij leidt. Ook zij zal de naam van de Heer aannemen, spirituele studies en devoties nastreven, de plichten van de wereld vervullen en de ouderen dienen. Voed haar op volgens deze principes. Dat is wat je moet doen. … Vergeet bovenal het ideaal van het leven niet. Het leven is kort en vergankelijk. Het is niet bedoeld om van te genieten. Houd dit in gedachten. Ga nu even naar de mandir. Groet Sri Ramakrishna, mediteer over hem en bid vurig tot hem. Hij zal je zeker vrede schenken.

[uit: Voor zoekers van God]

___________________

De microkosmos en de macrokosmos zijn gebouwd op exact hetzelfde plan, en in de microkosmos kennen we slechts één deel, het middelste deel. We kennen noch het onderbewustzijn, noch het bovenbewustzijn. We kennen alleen het bewustzijn. Als iemand opstaat en zegt: “Ik ben een zondaar”, dan is die uitspraak onwaar, omdat hij zichzelf niet kent. Hij is de meest onwetende van alle mensen; van zichzelf kent hij slechts een deel, omdat zijn kennis slechts een deel van de grond waarop hij zich bevindt omvat. Zo is het ook met dit universum: het is mogelijk om er met de rede slechts een deel van te kennen, niet het geheel; want het onderbewustzijn, het bewustzijn en het bovenbewustzijn, de individuele Mahat en de universele Mahat, en alle daaropvolgende modificaties, vormen samen het universum.

____________________

Sri Ramakrishna en Swami  Saradananda

Contributie: Mev Mary Saaleman

Het liefde van Sri Ramakrishna ging vooral uit naar jonge studenten. Hij zei altijd: ” Hun geest is nog niet verdeeld tussen veel belangen zoals vrouw en kinderen, verlangen naar rijkdom, roem, enzovoort. Als ze goed zijn opgeleid, kunnen ze hun hele geest aan God geven.” Daarom. hield hij ervan hen te onderwijzen op het spirituele pad. Hij zei altijd: ” De geest is als een pakje mosterdzaadjes. Als je het eenmaal laat uitstrooien, is het heel moeilijk om de zaden weer te verzamelen.” Of hij zou zeggen: ” Als een vogel eenmaal volgroeid is is het moeilijk om hem Radha-Krishna te leren zeggen.” Of opnieuw zou hij zeggen: ” Als een koe op een onverbrande tegel stapt, kan de voetafdruk gemakkelijk worden gladgestreken.
Maar wanneer de tegel is verbrand kan de indruk niet worden verwijderd.” Hij zou daarom de jongens zorgvuldig ondervragen om de natuurlijke neiging van hun geest te leren kennen—-of het nu gaat om pravritti, of wereldse genoegens, of naar nivritti, of verzaking. Hij zou hen opleiden tot verzaking (onthechting) als ze er fit voor waren. Door vragen te stellen, zou hij ook leren of de jongen onbeschaaft en waarheidsgetrouw, of hij werkelijk in de praktijk bracht zoals hij beweerde, of hij al dan niet discriminatie gebruikte in al zijn acties, en in hoeverre hij de instructies van de Meester kon begrijpen. Al deze zou hij zorgvuldig vaststellen.
Op een keer vroeg hij een jonge student die naar hem toe kwam: ” Waarom trouw je niet?” De jongen antwoordde:” Meneer, mijn geest is nog niet onder mijn controle. Als ik nu trouw zal ik geen onderscheid maken tussen goed en kwaad in mijn gehechtheid aan mijn vrouw. Als ik lust kan overwinnen, dan zal ik trouwen. ” Sri Ramakrishna begreep dat hoewel de jongen een sterke aantrekkingskracht had op zintuiglijke prikkels, zijn geest neigde evengoed naar het pad van verzaking. Hij lachte en zei: ” Als je de lust hebt overwonnen, hoef je helemaal niet te trouwen.”
Pratend met een andere jongen uit Dakshineswar zei hij: ” Zie je, ik kan mijn doek niet altijd aanhouden. Soms komt het los en valt het weer zonder dat ik het merk. Ik ben een oude man en ik beweeg naakt, maar toch voel ik me niet beschaamd. Wat is de reden? Vroeger merkte ik helemaal niets of mensen me naakt zagen of niet. Maar nu merk ik dat sommige mensen zich gegeneerd voelen, dus hoiudt ik mijn doek in mijn schoot. Kun je naakt gaan, net als ik, voor anderen?” De jongen zei:” Meneer, ik weet het niet. Maar als u me zegt dat te doen, denk ik dat ik het kan.” Sri Ramakrishna zei:” Probeer het. Doe je doek af, wikkel het om je hoofd en loop over de binnenplaats.” De jongen zei: ” Nee, meneer. Dat kan ik niet doen. Ik kan dat enkel voor u doen.” Sri Ramakrishna zei” Ja, anderen zeggen ook dat ze hetzelfde voelen.
Zij voelen geen schaamte bij mij, maar ze doen dat wel bij anderen.”
Eens was het de tweede dag van de heldere nacht. We waren allemaal in rust. Het maanlicht was prachtig. De vloed die op kwam in de Ganges, was op zulke avonden altijd een groots gezicht. Midden in de nacht riep Sri Ramakrishna ons en zei:” Kom, kom en zie de opkomende vloed.” Hij ging toen zelf naar de kant van de oever. Toen hij de kalme wateren van de Ganges zag stijgen in enorme golven met het getij en tegen de oever spetterde, voelde hij zich zo gelukkig als een jongen en begon te dansen.
” Toen we opstonden, moesten we onze kleding goed vastmaken, voordat we hem konden volgen, en dat maakte dat we iets later aankwamen. Tegen de tijd dat we bij de oever aankwamen, waren de momenten van grootse schoonheid voorbij. Slechts enkelen waren op tijd om een deel ervan te zien. Sri Ramakrishna ging op in zijn eigen vreugde. Toen het voorbij was, wendde hij tot ons en zei:” Hoe vond je het?”
Toen hij hoorde dat we te laat waren gekomen omdat we ons moesten aankleden, zei hij: ” Jullie dwazen. Denk je dat het tij zal wachten tot je je aankleedt?” Waarom heb je je kleding niet achter je gelaten zoals ik deed?”

vanuit Sri Ramakrishna zoals wij Hem zagen

Mevrouw Mary Saaleman is een toegewijde volgelinge van Moeder. Ze bestudeert al tientallen jaren de Vedanta en heeft vele werken over Ramakrishna en Vivekananda bestudeerd.

 

 

____________________________

De boodschap van Acharya S.N. Goenka

Kees Boukema

“Waar duisternis is, daar is behoefte aan licht. Nu de wereld wordt geteisterd door gewelddadige conflicten, door oorlog en bloedvergieten, zijn vrede en harmonie bittere noodzaak. Dit is een enorme uitdaging voor wereldleiders en voor geestelijk leiders. Laten wij die uitdaging aangaan.

‘Religies hebben een innerlijke essentie en uiteenlopende manifestaties, zoals rituelen, erediensten, geloofsuitingen en dogma’s. Die buitenkant verschilt per religie, maar de essentie ligt op het gebied van moraliteit en naastenliefde en is universeel: Het ontwikkelen van een gedisciplineerde, zuivere geest vol liefde, mededogen, goede wil en verdraagzaamheid. Geestelijke leiders zouden de nadruk moeten leggen op hetgeen ze met elkaar gemeen hebben en gelovigen zouden dit in praktijk moeten brengen. Als men zich zou richten op de essentie van religies en toleranter zou zijn ten opzichte van hun buitenkant zou de kans op conflicten aanzienlijk kleiner worden.”

Deze woorden werden uitgesproken op 31 augustus 2000 in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York bij de opening van het “Millenium World Peace Summit of Religious and Spiritual leaders”. [zie YouTube www.dhamma.org/nl]. Toehoorders reageerden met applaus en gejuich. De spreker, Acharya Satya Narayan Goenka, meditatieleraar in India, vervolgde aldus:

“Ieder individu moet vrijheid van godsdienst hebben. Gelovigen moeten er voor waken de essentie niet te verwaarlozen en ervoor zorgen, dat ze met hun eigen religieuze praktijken die van anderen niet verstoren. Men zou afwijkende geloofsovertuigingen niet moeten veroordelen of als minderwaardig betitelen. De Boeddha werd vaak benaderd door mensen met uiteenlopende overtuigingen. Hij zei dan: ‘Laten we onze verschillen opzij zetten, laten we onze aandacht richten op datgene waar we het over eens zijn en laten we dat in praktijk brengen.’

“Ik kom uit een oud land, waar in de afgelopen duizenden jaren veel filosofische en spirituele scholen zijn ontstaan. Afgezien van incidenteel geweld, was mijn land een toonbeeld van vreedzame religieuze co-existentie. Ongeveer 2300 jaar geleden werd dat land geregeerd door keizer Ashoka de Grote. Hij liet overal verordeningen in stenen pilaren beitelen, dat alle religies gerespecteerd moesten worden. Daardoor konden aanhangers van alle religies zich veilig voelen. Die inscripties zijn nog steeds leesbaar:

    “Wij mogen onze eigen religie eren en moeten andere godsdiensten respecteren. Door dat te doen helpen wij onze eigen religie groeien en we bewijzen die van anderen een goede dienst. Iemand die zijn eigen religie eert en die van anderen veroordeelt, doet dat misschien uit liefde voor zijn eigen religie, maar zijn gedrag brengt deze eerder schade toe. Er moet eensgezindheid zijn: de bereidheid om te luisteren naar de leer van anderen.”

Er zijn, volgens Goenka, nog steeds leiders die deze traditie levend houden. Hij noemt als voorbeeld ‘Oman’, het sultanaat aan de zuidoost kust van het Arabisch schiereiland. “Het is een land waar vrijheid van godsdienst is, dat wordt bestuurd door een vorst, die vol toewijding de islam praktiseert en toestaat dat, zowel in moskeeën als in kerken en tempels, aanhangers van diverse religies hun geloof belijden. Het propageren van godsdiensten wordt niet geaccepteerd en missionaire bekeringspraktijken zijn er verboden.”

In Oman is de Islam staatsgodsdienst; de overgrote meerderheid van de Omanieten is aanhanger van het Ibadisme, een stroming binnen de islam die van oudsher tolerant staat ten opzichte van andere religies en leert dat geloof nooit een reden kan zijn voor oorlog of geweld. Een geloof blijft levend als het in harmonie is met de veranderende, culturele en wetenschappelijke omstandigheden.

“Er zullen”, zei Goenka, “ook in de toekomst regelmatig zulke bestuurders aan de macht komen. Er staat geschreven: ‘Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen de zonen van God genoemd worden.’ (Matt. 5: 9). Als er geen vrede is in de harten van mensen, kan er geen vrede zijn in de wereld. Iedere religie, die de naam waardig is, verdeelt niet, maar verbindt. Laat er geen bekering zijn van de ene religie naar de andere, maar bekering van ellende naar vreugde, van gebondenheid naar vrijheid en van wreedheid naar compassie.” (Opnieuw: Luid applaus en enthousiast gejuich).

“Voor een vreedzame samenleving is het nodig dat steeds meer leden van die samenleving vreedzaam zijn. Het is onze verantwoordelijkheid als leider om een voorbeeld te zijn en een bron van inspiratie. Een vreedzame samenleving zal ook een manier weten te vinden om in harmonie te leven met haar natuurlijke omgeving. We weten allemaal hoe belangrijk het is om onze leefomgeving te beschermen en milieuvervuiling een halt toe te roepen. Mentale vervuilers zoals onwetendheid, wreedheid en hebzucht staan ons in de weg. Als we deze vervuilers uit de weg ruimen, zal dit niet alleen de vrede tussen mensen bevorderen maar ook een gezonde relatie tussen de menselijke samenleving en haar natuurlijke omgeving.

“Er bestaan verschillen tussen religies onderling, dat is waar. Door bijeen te komen op deze Topconferentie voor Wereld Vrede, laten de leiders van alle belangrijke religies zien dat ze zich willen inzetten voor de vrede. Moge vrede het grondprincipe zijn van een “universele religie”. Laten wij eensgezind zijn en in onze verklaring vastleggen dat wij ons zullen onthouden van doden en dat wij geweld veroordelen.” Aldus de Indische meditatie leraar Satya Naryan Goenka in zijn toespraak op 31 augustus 2000 in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York.

  _______________________________

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.

 

_________________

De “Verlossing” van Babel

Paulo J. S. Bittencourt
Professor of the History Course at UFFS – Erechim Campus

De roman “De naam van de roos” van de overleden Italiaanse schrijver, filosoof, semioticus en taalkundige Umberto Eco, gepubliceerd in 1980, is een van de meest ingenieuze werken uit de 20e-eeuwse literatuur. Het boek werd in 1986 uitstekend verfilmd door de grote regisseur Jean-Jacques Annaud.

In 1327 probeerde Willem van Baskerville, een Franciscaanse monnik geboren in Engeland, een reeks moorden op Benedictijnse monniken in een klooster in Noord-Italië te ontrafelen. De sterfgevallen, die zich binnen een week hadden voltrokken, werden door de monniken toegeschreven aan bovennatuurlijke en demonische oorzaken.

Aanvankelijk was Willem naar het genoemde klooster gelokt door het debat dat daar zou plaatsvinden tussen vertegenwoordigers van de Franciscaanse Orde en de pauselijke afgevaardigden over de kwestie van Christus’ armoede. Vanaf zijn aankomst wijdde de wijze monnik zich echter volledig aan het onderzoek naar de oorzaken van de sterfgevallen. Door een strikt logische methode te gebruiken om het bewijsmateriaal te onderzoeken, construeerde Willem op meesterlijke wijze een samenhangend raamwerk van verklaringen dat culmineerde in de uiteindelijke oplossing van het mysterie dat het klooster teisterde. Hiertoe gebruikte de hoofdpersoon van het verhaal zijn ontembare nieuwsgierigheid, zijn logisch denkvermogen, dat terugging tot de strengheid van de Aristotelische filosofie, en de empirische beschouwing van de natuurlijke oorzaken van verschijnselen. Willem en zijn onafscheidelijke leerling, de novice Adso van Melk, ontdekten dat de sterfgevallen verband hielden met het bezit, door de slachtoffers, van het Tweede Boek van Aristoteles’ “Poëtica”, een werk dat volledig aan komedie is gewijd, waarvan een zeldzaam exemplaar verborgen lag in de bijna ontoegankelijke bibliotheek van het klooster. De angst voor geestelijk gevaarlijke boeken, vol wijsheid die afweek van de christelijke wijsheid en die de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift in twijfel zou trekken, ging gepaard met een afkeer van lachen en wat daarachter schuilging: humor. Volgens de beheerder van de boeken in de bibliotheek, die direct verantwoordelijk was voor de doden, zou humor, indien beoefend door de wijzen, de angst voor het kwaad verdrijven. In dat geval zou er immers geen vrees voor God meer kunnen bestaan.

Naarmate de moorden en Willems onderzoek zich ontvouwden, begon het debat een relatief ondergeschikte rol in het verhaal te spelen. Dit was echter geen onbelangrijk detail. De achtergrond van de conflicten tussen de twee partijen vatte de theologische grondslagen samen van de politieke strijd van die tijd tussen de verdedigers van de autonomie van de wereldlijke macht ten opzichte van de geestelijke macht – in dit geval de franciscanen – en de voorstanders van de onderwerping van de vorsten aan de pauselijke macht – vertegenwoordigd door de vertegenwoordigers van het hof van Johannes XXII, de paus die zich in Avignon (Frankrijk) bevond.

Het onderscheid tussen wetenschap en religie en de scheiding tussen geestelijke en wereldlijke macht in de gecentraliseerde monarchieën van de late middeleeuwen – fundamentele kenmerken van de moderne westerse wereld – waren de paden waartoe het ingewikkelde labyrint van die tijd, zoals afgebeeld in Eco’s werk, leidde. En zoals elk labyrint, zo gebouwd dat wie erin terechtkomt het daglicht niet meer kan zien, konden velen die de toen verboden paden waagden de weg naar buiten niet meer vinden. Maar wellicht meer gedreven door de onweerstaanbare dorst naar kennis van degenen die in de val liepen dan geïntimideerd door de angstaanjagende valstrikken die hun lot bezegelden, gaven anderen niet op, en lange tijd zouden donkere kamers vol verluchte boeken steeds opnieuw bezocht worden door nieuwsgierige overtreders. Niet voor niets wordt gezegd dat boeken ons helpen verder te kijken door tijd en ruimte (en in dit geval door labyrinten). Misschien is het juist daarom, in combinatie met die onbedwingbare koppigheid, dat we nu een boek kunnen lezen zonder per se in een valkuil te trappen en, zoals Henry David Thoreau al zei, na het uitlezen ervan een compleet nieuw leven kunnen beginnen. En als Jorge de Burgos, de broer die zo afwijzend staat tegenover humor in Eco’s roman, beweerde dat lachen iets is voor dwazen, dan staat er tussen hem en ons Nietzsche, die wellicht met een sluwe glimlach achter zijn dikke snor verklaart dat, integendeel, “de intellectuele kracht van een mens wordt gemeten aan de hoeveelheid humor die hij kan gebruiken.”

Professor Paulo Bittencourt is a brilliant teacher of Ancient and Medieval History at the Universidade Federal da Fronteira Sul UFFS [Erechim Campus], Brazil. He contributes articles regularly, and is a columnist of a periodical too. He has several books to his credit. He is an ardent student of Vedanta.

 

 

______________________________________

Emotionele Triggers

[Happinez magazine]

Contributie: Francis van Schaik

Shenpa is een term uit het Tibetaans boeddhisme waarmee de rusteloze energie van onze impulsen wordt bedoeld. Volgens Pema Chödrön kunnen we onszelf leren om niet door onze impulsieve reacties te worden meegesleept. De volgende oefening helpt daarbij.

Waarom emotionele triggers zo’n grote invloed hebben

We kennen het allemaal: één opmerking, blik of situatie en ineens reageer je feller dan je zou willen. Achteraf denk je misschien: waarom raakte me dit zo? Emotionele triggers lijken vaak automatisch en oncontroleerbaar, maar volgens het Tibetaans boeddhisme zit er juist ruimte tussen prikkel en reactie. Die ruimte leren herkennen en benutten, dát is waar deze oefening over gaat.

Wat is shenpa?

In het Tibetaans boeddhisme wordt de term shenpa gebruikt voor de rusteloze, plakkerige energie die ontstaat wanneer we worden geraakt door een emotie en daar direct in meegaan. Auteur en boeddhistisch leraar Pema Chödrön beschrijft shenpa als het moment waarop we inhaken: we worden meegezogen door irritatie, woede, schaamte of verdriet en reageren automatisch. Het goede nieuws: shenpa is geen fout, maar een signaal. En je kunt leren om er anders mee om te gaan. Dat doe je zo:

Een oefening om emotionele triggers te doorbreken

  1. Herken het moment van ‘inhaken’

De eerste stap is bewustwording. Probeer te merken wanneer je emotioneel wordt geraakt en automatisch reageert. Dat kan iets kleins zijn: iemand snijdt je af in het verkeer, een collega maakt een opmerking, je partner zegt iets op een verkeerde toon. Het moment waarop je merkt: nu haak ik in, is cruciaal. Niet om jezelf te veroordelen, maar om simpelweg te herkennen: dit is shenpa.

  1. Onderbreek je automatische reactie

In plaats van de impuls te volgen, pauzeer je bewust:

haal drie langzame, diepe ademhalingen

blijf met je aandacht bij de sensatie van de emotie

Pema Chödrön nodigt uit om nieuwsgierig te worden: Hoe voelt deze emotie in mijn lichaam? Is het warm, strak, onrustig? Welke gedachten horen erbij? Je hoeft niets op te lossen of te veranderen. Alleen aanwezig blijven bij de energie, zonder oordeel. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker in het begin. Blijf daarom zo lang als het draaglijk is.

  1. Ontspan en ga verder met je dag

Laat de oefening daarna weer los en ga verder met wat je aan het doen was. Het doel is niet om emoties weg te drukken, maar ook niet om erin te blijven hangen. Begin met oefenen bij kleine, alledaagse triggers: in het verkeer, op je werk, thuis. Het dagelijks leven biedt eindeloos oefenmateriaal. Door klein te beginnen, ontwikkel je veerkracht die je ook helpt bij grotere emotionele uitdagingen.

Emotionele vrijheid begint met aandacht

Omgaan met emotionele triggers betekent niet dat je nooit meer boos, verdrietig of geïrriteerd zult zijn. Het betekent dat je leert niet automatisch te reageren, maar bewuster te kiezen. Elke keer dat je shenpa herkent en er even bij blijft, train je je vermogen om ruimte te creëren. Ruimte voor mildheid, helderheid en uiteindelijk meer innerlijke rust. Zie deze oefening niet als iets wat ‘goed’ of ‘perfect’ moet lukken, maar als een zachte uitnodiging om jezelf beter te leren kennen — precies op de momenten waarop het er echt toe doet.

 Waarom we emoties liever vermijden

Veel van ons hebben geleerd om ongemak zo snel mogelijk te verdoven. We grijpen naar onze telefoon, zetten de tv aan, eten iets zoets of houden onszelf bezig om maar niet te hoeven voelen wat er speelt.

Happinez

Francis van Schaik is een coach van jongeren en ook een student van menselijke relaties met de natuur, de wereld en de Waarheid. Ze levert regelmatig bijdragen aan ons online magazine. Francis is de bijdragende redacteur van deze pagina: Ik Ben.. – Home (kindercoaching-ikben.nl