नासतो विद्यते भावो नाभावो विद्यते सत: |
उभयोरपि दृष्टोऽन्तस्त्वनयोस्तत्त्वदर्शिभि: || 2: 16||

nāsato vidyate bhāvo nābhāvo vidyate sataḥ
ubhayorapi dṛiṣhṭo ’nta stvanayos tattva-darśhibhiḥ

That which is unreal has no being or existence or permanence. That which is real has no impermanence or non-being. The knowers of Truth understand the reality of both these: being and non-being, and are free. Consciousness is eternal because it is being. Name and form are unreal because they are non-being.

Dat wat onwerkelijk is, heeft geen bestaan ​​of bestendigheid. Dat wat echt is, heeft geen vergankelijkheid of niet-zijn. De kenners van de Waarheid begrijpen de realiteit van beide: zijn en niet-zijn, en zijn vrij. Bewustzijn is eeuwig omdat het is. Naam en vorm zijn onwerkelijk omdat ze niet-zijn.

 

BACK TO MAIN PAGE