Sri Ramakrishna as they saw Him

[Selections from the book by Swami Chetanananda with translation by]

Mary Saaleman

SCROLL NAAR BENEDEN VOOR DE NEDERLANDSE VERSIE

Swami Vivekananda

Swami Vivekananda (1863-1902) met Sri Ramakrishna in 1881 when he was a student at the university, and during that time had very close contact with the Master for the next five years. As the Master’s principal disciple, his life was closely linked to the later part of the Master’s life. Thus, Swami Vivekananda’s memories are scattered throughout his biography. In 1893 he brought the message of Vedanta to the West, and in 1897 he founded the Ramakrishna Mission.

THE EXPERIENCE OF COSMIC CONSCIOUSNESS

Knowing Naren’s inner nature, Sri Ramakrishna instructed him in the monostic Vedanta, which teaches that the individual soul and Brahman are identical. One day Naren Hazra told about the Vedantic non-duality, and his reluctance to accept it. “Could it be, he said, that the water pot is God, that the water jug ​​is God, that all we see and we are all God?” Naren laughed scornfully at the idea and Hazra joined in. While they were laughing, Ramakrishna approached them. “What are you talking about?” He asked naren lovingly; then without waiting for the answer, he touched Naren and entered samadhi. Naren related the effect of the touch:
After the Master’s formidable touch, my thoughts underwent a complete revolution. I was baffled to realize that there was really nothing in the entire universe but God. I remained silent, wondering how long this state of mind would last. It did not pass all day long. I went back home and I felt exactly the same, all I saw was God. I sat down to eat, and I saw all of that —- the plate, the food, my mother serving it, and myself — everything was God and none other than God. I swallowed a few bites and then sat still without speaking. My mother lovingly asked me, “Why are you so quiet? Why aren’t you eating?” This brought me back to everyday consciousness, and I started eating again. But from then on, I continued to have the same experience no matter what I did – eating, drinking, sitting, lying down, going to college, or strolling the street. It was kind of an intoxication; I can’t describe it. When I crossed the street and saw a carriage approaching me, I didn’t have the drive, as I normally would, to avoid it, for fear of being run over. For I see to myself, “I am that carriage. During that time I had no feeling in my hands and feet. When I ate food, I felt no satisfaction from it. It was like someone else was eating. Sometimes I went in the middle of a meal, and then I got up again and continued to eat. So it happened that on those days I ate a lot more than usual, but that never upset me. My mother got worried, she thought I was having a terrible sickness, “He won’t live long,” she said.
When the first intoxication lost some of its power, I began to see the world as if it were a dream. When I went out for a walk around Cornwallis Square (now Azadhind Bag) I tapped my head against an iron railing to find out if they were just dream railings or real ones. The loss of feeling in my hands and feet made me feel paralyzed. When I finally returned to normal consciousness, I was palpably convinced that the state I was in was a revelation of a non-dual experience. So then I knew that what is written in the scriptures about these experiences is all true.

Hoofdstuk 4

Swami Vivekananda

 

Swami  Vivekananda ( 1863- 1902 ) ontmoette Sri Ramakrishna in 1881 toen hij een student was aan de universiteit, en hij heeft in die tijd een zeer intens contact met de Meester gehad voor de komende vijf jaren. Als de voornaamste discipel van de Meester , was zijn leven nauw verbonden met het latere deel van het leven van de Meester. De herinneringen van Swami Vivekananda  zijn dus verspreid over zijn biografie. In 1893 bracht hij de boodschap van de Vedanta naar het Westen, en in 1897 richtte hij de Ramakrishna Mission op.
hoofdstuk 4

DE ERVARING VAN COSMISCH BEWUSTZIJN 

Naren’ s innerlijke natuur kenned ,  instrueerde Sri Ramakrishna hem  in de monostieke Vedanta, dat leert dat de individuele ziel en Brahman identiek zijn. Op een dag vertelde Naren Hazra over de Vedantische non- dualiteit, en zijn onwilligheid het te accepteren. ” Kan het zo zijn , zei hij , dat de waterpot God is, dat de waterkan God is, dat alles wat we zien en wij allemaal God zijn? ”  Naren lachte smalend ten aanzien van het idee en Hazra deed mee.  Terwijl zij lachten, kwam Ramakrishna naar hen toe.  ” Waar praten jullie. over? ”  vroeg hij liefdevol aan naren; dan zonder te wachten op het antwoord, raakte hij Naren aan en ging in samadhi. Naren vertelde het effect van de aanraking:
Na de formidabele aanraking van de Meester onderging mijn gedachten een volledige revolutie.  Ik was verbijsterd te beseffen , dat er werkelijk niets was in het gehele universum dan God. Ik bleef stil, me afvragend hoe lang deze staat van de mind zou duren.  Het ging de gehele dag niet voorbij. Ik ging terug naar huis en ik voelde me precies hetzelfde, alles wat ik zag was God. Ik ging zitten om te eten, en ik zag dat alles—- het bord, het voedsel, mijn moeder die het opdiende, en ikzelf— alles was God en niet anders dan God. Ik slikte een paar hapjes door en zat toen stil zonder te praten. Mijn moeder vroeg me liefdevol, ” Waarom ben je zo stil?  Waarom eet je niet? ”  Dit bracht me terug tot  het allerdaagse bewustzijn, en ik begon weer te eten.  Maar vanaf dat moment , bleef ik dezelfde ervaring hebben, wat ik ook deed—- eten, drinken, zitten, liggen, naar college gaan, of slenterend over de straat. Het was een soort van bedwelming; ik kan het niet omschrijven. Als ik de straat overstak , en een rijtuig op me af zag komen, had ik niet de aandrijving, zoals ik normaal zou doen, om het uit de weg te gaan, uit angst om te worden overreden. Want ik zie tegen mijzelf, ” Ik ben dat rijtuig.  Gedurende die tijd had ik geen gevoel in mijn handen en voeten.  Als ik voedsel at, voelde ik geen voldoening eruit.; het was alsof iemand anders at. Soms ging ik midden in een maaltijd liggen, en dan stond ik weer op , en ging door met eten.  Dus het gebeurde dat ik op die dagen veel meer at dan gewoonlijk, maar dat maakte me nooit van streek.  Mijn moeder werd ongerust , zij dacht dat ik aan een vreselijke ziekte leed, ” Hj zal niet lang leven, ” zei ze .
Toen de eerste bedwelming een gedeelte van zijn kracht verloor, begon ik de wereld te zien als was het een droom.  Wanneer ik uitging voor een wandeling rondom Cornwallis Square  ( nu Azadhind  Bag) tikte ik met mijn hoofd tegen een ijzeren leuning, om uit te vinden of het enkel droom-leuningen waren of echte.  Het verlies van gevoel in mijn handen en voeten, maakten me bang dat ik verlamd zou raken. Wanneer  ik tenslotte terugkeerde naar normaal bewustzijn was ik voelbaar overtuigd dat de staat waar ik in verkeerde een openbaring was van een non-dualistische ervaring.  Dus toen wist ik dat wat geschreven is in de geschriften over deze ervaringen, allemaal waar is.

DAGEN VAN EXSTASE IN DAKSHINESWAR

 Het is onmogelijk anderen enig idee te geven van de onuitsprekelijke vreugde  die we ontleenden aan de aanwezigheid van de Meester. Het gaat ons echt te boven, hoe hij ons kon trainen, door plezier en spel , zonder dat we het weten, en op die manier ons geestelijk leven zou kunnen vormen.
Terwijl de meester-  worstelaar voort gaat met grote voorzichtigheid en terughoudendheid te werk gaat—hem nu als het ware met grote moeite overmeesteren in de strijd en zich opnieuw laat verslaan–om het zelfvertrouwen van de leerling  ter versterken — in precies op dezelfde manier behandelde Sri Ramakrishna ons. Zich realizerend  dat het Atman ( Zelf ) , de bron van oneindige kracht , bestaat in ieder individu, hoe dwergachtig hij kan zijn, was hij in staat om de. potentiele reus in iedereen te zien.  Hij kon helder , de latente kracht onderscheiden die zich in de volheid van de tijd , zou manifesteren.  Hij hield die heldere visie vast om te zien, hij zou lovend over ons spreken en ons aanmoedigen.  Opnieuw  zou hij ons waarschuwen dat we deze toekomstige voltooiing  niet zouden belemmeren ,, door verstrikt te raken in wereldse verlangens, en bovendien zou hij ons onder controle houden, door zelfs de kleinste details van ons leven nauwkeurig te observeren.  Dit alles werd in stilte en onomwonden gedaan. Dat was het geheim van zijn training van de discipelen en de vormgeving van onze levens.
Ooit had ik het gevoel dat ik tijdens de meditatie , geen concentratie kon beoefenen. Ik vertelde het hem en zocht zijn advies en richting.  Hij vertelde me zijn persoonlijke ervaringen in de zaak en gaf me instructies.  Ik herinnerde mij dat als ik voor de meditatie zat , gedurende de vroege uren, in de morgen, dat mijn mind verstoort werd en verdeeld  door de hoge fluittoon van een naastgelegen jute- fabriek.  Ik vertelde hem ervan, en hij adviseerde mij  mijn mind te concentreren op het geluid van de fluittoon zelf. Ik volgde zijn advies op en ik heb er veel baat bij gehad.
Bij een andere gelegenheid  ervoer ik moeilijkheden bij het totaal vergeten van mijn lichaam , gedurende  meditatie  en om de mind totaal te concentreren op het ideaal. Ik ging naar hem toe voor raad, en hij gaf mij precies die instructie , die hij zelf had gekregen van Tota Puri ( zijn leraar )  terwijl hij samadhi beoefende volgens de Vedantistische  disciplines.  Hij drukte scherp met zijn nagel tussen mijn wenkbrouwen en zei: Concentreer je nu op deze pijnlijke sensatie!  Het viel me op dat ik mij gemakkelijk kon concentreren op die sensatie,  zolang als ik wilde , en gedurende die periode , liet ik volkomen het bewustzijn los , van de andere delen van mijn lichaam, om maar te zwijgen van het feit  dat ze enige afleiding veroorzaakten.
De afzondering van de Panchavati , verbonden met de verschillende geestelijke realizaties van de Meester ,, was ook de meest geschikte plaats voor onze meditatie.  Naast meditatie en geestelijke oefeningen besteden we er ook veel tijd aan puur plezier en vrolijkheid. Sri Ramakrishna deed ook mee met ons! , en door deelnemen versterkte hij ons onschuldige plezier. We renden en huppelden rond , klommen in bomen, slingerden in klimplanten, en hielden soms vrolijke picknicks .  Op de eerste dag dat we picknickten , merkte de Meester op dat ik zelf het eten had gekookt, en hij nam ervan.  Ik wist dat hij geen voedsel kon nemen , tenzij het gekookt was door brahmanen,  en daarom had ik zijn maaltijd geregeld bij de Kali tempel. Maar hij zei: ” Het is niet verkeerd voor me om voedsel te nemen van een zuivere ziel zoals jij . ”  Ondanks mijn herhaalde protestten , genoot hij van het voedsel dat ik die dag had gekookt.
 Wordt vervolgd.

Uitgegeven en vertaalt , en met een biografische introductie door Swami Chetanananda.
Advaita Ashrama , Kolkata

Mary Saaleman

is a Vedantist since three decades. Her life is Mother, Ramakrishna and Swamiji. She is a student of the lives of the Master,  Mother and Swamiji and the Gospel of Sri Ramakrishna.

is een vedantist sinds drie decennia. Haar leven is Moeder, Ramakrishna en Swamiji. Ze bestudeert de levens van de Meester, Moeder en Swamiji en het evangelie van Sri Ramakrishna.