Sri Ramakrishna’s Days in Dakshineswar

 

Swami Shivananda

 

Dakshineswar is our heaven on earth. It is our Kailasa, our Vaikuntha. Is it an ordinary place? Sri Ramakrishna lived there for about 30 years. The Panchavati is a great place of spiritual perfection, where the Master had innumerable spiritual experiences of the highest order. For twelve years he practiced various forms of divine communion in Dakshineswar, and the divine visions and spiritual realizations he had there are unparalleled.

Kundalini —- “enlightened; coiled up,” the spiritual energy that lies dormant at the base of the spine. When the kundalini is awakened by the practice of yoga, it ascends through the sushuma, and different experiences take place as it passes through one of the chakras and awakens it.

Never before in the history of religion have such intense and varied spiritual practices and such high spiritual experiences been recorded in the life of another Incarnation. The Master always said: “The experiences that have occurred here (i.e., in himself) transcend all that are recorded. Therefore Swamiji always referred to the Master as the greatest avatar.

The Master brought some dust from Vrindaban, and scattered it on the ground in the Panchavati. Every particle of dust in Dakshineswar is sacred. Blessed by the touch of the feet of God Himself, Dakshineswar has become a great place of pilgrimage. It is a source of spiritual inspiration for people of all denominations—-whether they are non-dualists or dualists, Shaktas or Vaishnavas or Shaivas or Tantrikas, for the Master practiced all forms of divine communication and attained perfection in them.

This time God manifested his greatest sattvic (pure) qualities. It was the Original Force, the great Mother of the Universe, the source of all creation expressing itself, as it were, freely and joyfully through. the body of our Master.

The intense spiritual sadhana  (disciplines) of the Master will exert their influence not only on the earth, but also in the higher realms, even as far as heaven. Ah, what a play of divine power it was.

(Before I met the Master) I had visited the Brahmo Samaj. When I met the Master in Dakshineswar, he asked me, “Do you believe in Shakti (cosmic force)?”   I replied, “No, sir, I prefer the formless aspect of God. And yet I feel a force permeating all. he went to the Kali temple and I followed him.  As he continued on his way to the temple, a divine mood seized him, and when he reached the temple he knelt before the Mother with great devotion.  I was in a difficult situation situation. I hesitated to bow before the image of Kali. And yet finally I thought that Brahman is all-pervading. Therefore it must also be in the image, so I would not hesitate to bow to it. As soon as this thought arose, I also knelt down before the Mother.

Later, as I began to visit the Master more often, my faith in God with form grew stronger. I have been fortunate enough to have such association with the Master and to receive his grace.

(In response to a devotee’s question about Sri Ramakrishna’s relationship with Sri Sarada Devi: )  When the Holy Mother came to Sri Ramakrishna in Dakshineswar, he did not send her away. On the contrary, he kept her by his side, gave her advice on spiritual matters, and encouraged her and helped her and with great care and helped her in every way. But the Master did so after he attained nirvikalpa samadhi . “The Mother who is there in the temple,” said the Master, “is the same Mother who is in this (referring to his own body). Again, the Mother who is in me is the same Mother in the form of the Holy Mother.” We have never tried or wanted to understand why the Master acted as he did. The Master acted thus. This is as much as we know. His hands were very soft. But why only speak of his hands! His whole body was like that! For example, a type of luchi (fried bread) with . a hard crust cut his finger. In the evenings the Master ate perhaps one or at most two small luchis with a little porridge.

Since he couldn’t digest whole milk, they added some water and boiled it with cream, making a pudding. He would take a little of it. In the cupboard would be a candy made of fresh cheese. Whenever he was hungry, he ate one or two pieces or half of a piece, and gave the rest to others who were there. His manners were like a child’s. It was as if he was a child himself.

Although there was nothing special about his eating habit, he did not eat like other people. He was like a boy and would then eat at his whim. Sometimes he asked for eggplant spiced with cumin. When it was done, he tasted a little and left the rest. He was fond of jilipi (a kind of candy baked in butter and soaked in syrup) and also sandesh (a candy made of cheese and sugar. He called jilipi the steering wheel of the viceroy’s car. ( All traffic on the street had to make room). to let the Viceroy’s car pass. Likewise, jilipi always finds room in the stomach, even when it is full. The Master was never a big eater. One day he said, “I feel like eating cheese pudding.” In Dakshineswar at that time it was not possible to get cheese, it could only be obtained in the market in Calcutta. Meanwhile, Swami Premananda’s mother brought homemade cheese pudding for the Master, and he ate it with joy. divine play of the Mother we saw in Dakshineswar!

Once the Master said, “In the future many devotees with white skin will come here.” God is already merciful. He is not limited by time, place, or person. Blessed are we! We had the opportunity to serve the Master, make betel rolls, and prepare tobacco for him. How lucky are we. We have served the Master and we have received so much love and affection from him! His compassion and love for us was infinite.

 


DAGEN IN DAKSHINESWAR

Swami Shivananda

Dakshineswar is onze hemel op aarde. Het is onze Kailasa, onze Vaikuntha . Is het een gewone plek?  Sri Ramakrishna woonde daar ongeveer 30 jaar. De Panchavati is een geweldige plek van spirituele perfectie, waar de Meester ontelbare spirituele ervaringen van zeer hoge orde had.  Twaalf jaar lang beoefende hij verschillende vormen van goddelijke communie in Dakshineswar, en de goddelijke visioenen en geestelijke realisaties die hij daar had , zijn ongeevenaard.

Kundalini —-” verlicht; opgerold, ”  de spirituele energie die in een sluimerende toestand aan de basis van de wervelkolom ligt.  Wanneer de kundalini wordt gewekt door de beoefening van yoga, stijgt hij op door de sushumma, en er vinden verschillende ervaringen plaats als het door een van de chakra’ s gaat en deze opwekt.

In de geschiedenis van de religie werd er nooit eerder zulke intense en gevarieerde spirituele prakttijken en zulke hoge spirituele ervaringen opgetekend in het leven van een andere Incarnatie. De Meester zei altijd : ” De ervaringen die zich hier  hebben voorgedaan  ( d.w.z. in hemzelf ) overstijgen allen die zijn genoteerd. Daarom verwees Swamiji alrijd naar de Meester als de grootste avatar.

De Meester bracht wat stof uit Vrindaban , en verspreidde het op de grond in de Panchavati. Elk stofdeeltje in Dakshineswar is heilig. Gezegend door de aanraking van de voeten van God zelf, is Dakshineswar een groot bedevaartsoord geworden.  Het is een bron van spirituele inspiratie voor mensen van alle denominaties—-of ze nu non-dualisten of dualisten zijn, Shaktas of Vaishnavas of Shaivas of Tantrikas, want de Meester beoefende alle vormen van goddelijke communicatie en bereikte perfectie in hen.

Deze keer manifesteerde God zijn grootste sattvische ( zuivere) kwaliteiten. Het was de Oorspronkelijke Kracht, de grote Moeder van het Universum, de bron van de hele schepping die zich als het ware vrij en vreugdevol uitdrukte door. het lichaam van onze Meester.

De intense spirituele sadhana  (disciplines ) van de Meester zullen hun invloed niet alleen op de aarde uitoefenen, maar ook in de hogere regionen, zelfs tot in de hemel.  Ach, wat een spel van goddelijke kracht was het.

( Voordat ik de Meester ontmoette) had ik de Brahmo Samaj bezocht. Toen ik de Meester ontmoette in Dakshineswar, vroeg hij me: ” Geloof je in Shakti ( cosmische kracht) ? ”  Ik antwoordde: ” Nee , meneer, ik verkies het vormloze aspect van God. En toch voel ik dat een kracht alles doordringt. Toen ging hij naar de Kali-tempel en ik volgde hem.  Terwijl hij zijn weg vervolgde naar de tempel, werd hij bevangen door een goddelijke stemming , en toen hij de tempel bereikte knielde hij met grote toewijding voor de Moeder neer.  Ik zat in een moeilijke situatie. Ik aarzelde om te buigen voor het beeld van Kali. En toch dacht ik tenslotte dat Brahman allesdoordringend is. Daarom moet het ook in het beeld zijn, dus ik zou niet aarzelen om ervoor te buigen. Zodra deze gedachte opkwam, knielde ook ik neer voor de Moeder.

Later, toen ik de Meester vaker begon te bezoeken, werd mijn geloof in God met vorm sterker. Ik heb het geluk gehad zo’n omgang met de Meester te hebben en zijn genade te ontvangen.

( In antwoord op de vraag van een toegewijde over Sri Ramakrishna’s relatie met Sri Sarada Devi: )  Toen de Holy Mother naar Sri Ramakrishna in Dakshineswar kwam, stuurde hij haar niet weg.  Integendeel , hij hield haar aan zijn zijde , gaf haar advies over geestelijke zaken, en bemoedigde haar en hielp haar en met grote zorgzaamheid en hielp haar op alle mogelijke manieren. Maar de Meester deed dat nadat hij nirvikalpa samadhi had bereikt . ” De Moeder die daar in de tempel is, ” zei de Meester , ” is dezelfde Moeder die hierin ( verwijzend naar zijn eigen lichaam ) . Nogmaals , de Moeder die in mij is, is dezelfde Moeder in de vorm van de Holy Moeder. ”  We hebben nooit geprobeerd of gewild te begrijpen waarom de Meester handelde zoals hij deed. De Meester handelde zo.  Dit is zoveel als wij weten.  Zijn handen waren erg zacht. Maar waarom alleen maar over zijn handen spreken! Zijn hele lichaam was zo! Bijvoorbeeld , een soort luchi ( gebakken brood ) met. een harde korst maakte een snee in zijn vinger. s ‘ Avonds at de Meester misschien een of hooguit twee kleine luchis met een beetje pap.

Omdat hij volle melk niet kon verteren, voegden ze wat water toe en kookten het met room, waardoor een pudding werd gemaakt . Hij zou er een beetje van nemen. In de kast zou een snoep zijn gemaakt van verse kaas. Telkens als hij honger had, at hij een of twee stukjes of de helft van een stukje, en gaf de rest aan anderen die daar waren. Zijn manieren waren als die van een kind. Het was alsof hij zelf een kind was.

Hoewel er niets bijzonders was aan zijn eetgewoonte, at hij niet zoals andere mensen. Hij was als een jongen en zou vervolgens eten naar zijn bevlieging. Soms vroeg hij om aubergine gekruid met komijn. Als het klaar was, proefde hij een beetje en liet de rest staan.  Hij was dol op jilipi ( een soort snoepje gebakken in boter en doordrenkt in siroop) en ook sandesh ( een snoep gemaakt van kaas en suiker. Hij noemde jilipi het stuur van de auto van de onderkoning. ( Al het verkeer op straat moest ruimte maken om de auto van de Viceroy te laten passeren. Gelijkwijs vindt jilipi altijd ruimte in de maag, zelfs als deze vol is. De Meester was nooit een grote eter. Op een dag zei hij: ” Ik heb zin om kaaspudding te eten. ” In Dakshineswar was het in die tijd niet mogelijk om aan kaas te komen. Men kon het alleen verkrijgen op de markt in Calcutta. . Ondertussen , bracht Swami Premananda’ s moeder zelfgemaakte kaaspudding voor de Meester, en hij at het met vreugde op. Wat een goddelijk spel van de Moeder zagen we in Dakshineswar!

Eens zei de Meester: ” In de toekomst zullen hier veel toegewijden komen met een blanke huidskleur. ” God is al barmhartig. Hij is niet beperkt door tijd, plaats, of persoon.  Gezegend zijn wij !  We hadden de  gelegenheid om de Meester te dienen, betel rollen te maken en tabak voor hem te bereiden. Hoe gefortuneerd zijn we.  We hebben de Meester gediend en we hebben zoveel liefde en genegenheid van hem ontvangen!  Zijn medeleven en liefde voor ons waren oneindig.

Uitgegeven en vertaalt , en met een biografische introductie, door Swami Chetanananda.
Advaita Ashrama , Kolkata

Mary Saaleman

is a Vedantist since three decades. Her life is Mother, Ramakrishna and Swamiji. She is a student of the lives of the Master,  Mother and Swamiji and the Gospel of Sri Ramakrishna.

is een vedantist sinds drie decennia. Haar leven is Moeder, Ramakrishna en Swamiji. Ze bestudeert de levens van de Meester, Moeder en Swamiji en het evangelie van Sri Ramakrishna.