Miracles

Kees Boukema

The dictionary defines a “miracle” as an event that “cannot be explained by the laws of nature known to us,” or an act that “cannot be performed by men, but only by God, or with his help.”
In some religions ‘miracles’ or ‘miracles’ play an important role. In the Old Testament, it is Moses and the prophets who perform miracles. The New Testament records many miracles performed by Jesus. Those miracles are also seen as ‘signs’. A very detailed description of such a “significant miracle” is contained in chapter 11 of the Gospel of John: Jesus resurrects his friend Lazarus from the dead. Four days after his death! This is done, it says in verse 42, that people might believe that Jesus was sent by God.

This was the house where Sri Ramakrishna lived during the last days and final illness. Two devotees paid the rent.

In 1609 the Italian painter Caravaggio portrayed this miracle and its meaning [see image]. Jesus stands on the left in the darkness of the tomb with his arm outstretched. The light falls on Lazarus who comes back to life. The shroud slips off him and his head reaches back to his sisters, Mary and Martha, who give him a tender welcome. Lazarus’ left hand points to a skull lying on the ground, symbol of death, and his right arm points to heaven from where the light comes.
This miracle caused many Jews to see Jesus as their ‘deliverer’ from the Roman occupation. Because, in their view, a rebellion was imminent and in order to avoid a massacre, the priests and the scribes, according to the author of this Gospel, decided that Jesus should be put to death urgently (v. 47 et seq.).
The pose in which Lazarus is portrayed by Caravaggio points forward to the crucifixion of Jesus. Most of the disciples have already fled by then. Priests and scribes would challenge him to redeem himself from the cross. Jesus would not go into that. Not his will but the will of his Father in heaven was to be done (Matthew 26: 39 and 53 ff.).

In the days when Sri Ramakrishna was suffering from a debilitating, terminal illness, some of the students tried several times to persuade him to heal himself through prayer. He rejected that suggestion: “Leave me alone. I can’t say those things. I can’t ask the Divine Mother to cure my illness. I shall be cured, if it is the will of God. ” [Gospel p. 842, 846 and 942.]
Ramakrisna also knew that this disease would separate the wheat from the chaff in his followers: “Only genuine devotees will remain with me now. (….) Those whose devotion to me has a selfish motive behind it will run away at the sight of my illness (….) He who sincerely prays to God will certainly come here. (….) Those who have sincerely practiced meditation and japa must come here. ” [Gospel p. 832 and 837].
Earlier he had prayed: “Mother, let those who come here with sincere attraction gain spiritual perfection.” M. (Mahendra), the author of ‘The Gospel’ adds: “Let this sacred promise be always remembered by the devotees.”
[Sri Sri Ramakrishna Kathamrita, Volume IV, Calcutta, September 27, 1910, p.xiv.]


Wonderen

Kees Boukema

     Het woordenboek omschrijft een ‘wonder’, als een gebeurtenis die ‘niet te verklaren is met de ons bekende natuurwetten’, of een handeling, die ‘niet door mensen, maar alleen door God, of met diens hulp kan worden verricht’. 

     In sommige religies spelen ‘wonderen’ of ‘mirakelen’ een belangrijke rol. In het Oude Testament zijn het Mozes en de profeten die wonderen verrichten. Het Nieuwe Testament maakt melding van vele wonderen die door Jezus zijn verricht. Die wonderen worden tevens gezien als ‘tekenen’. Een zeer uitvoerige beschrijving van zo’n ‘betekenisvol wonder’ staat in hoofdstuk 11 van het evangelie van Johannes: Jezus wekt zijn vriend Lazarus op uit de dood. Vier dagen na diens overlijden! Dit geschiedt, zo staat in vers 42, opdat de mensen zouden geloven dat Jezus door God gezonden was.

     In 1609 heeft de Italiaanse schilder Caravaggio dit wonder én de betekenis ervan in beeld gebracht [zie afbeelding]. Jezus staat links in het duister van het graf met uitgestrekte arm. Het licht valt op Lazarus die weer tot leven komt. De lijkwade glijdt van hem af en zijn hoofd reikt achterover naar zijn zusters, Maria en Martha, die hem teder verwelkomen. Lazarus’ linkerhand wijst naar een schedel die op de grond ligt, symbool van de dood en zijn rechterarm wijst naar de hemel vanwaar het licht komt. 

     Dit wonder maakte, dat veel Joden Jezus gingen zien als hun ‘bevrijder’ uit de Romeinse bezetting. Omdat huns inziens, een opstand dreigde en om een bloedbad te voorkomen, besloten de priesters en de schrift-geleerden, aldus de auteur van dit evangelie, dat Jezus met spoed ter dood moest worden gebracht (vers 47 e.v.). 

     De houding waarin Lazarus door Caravaggio wordt uitgebeeld wijst vooruit naar de kruisiging van Jezus. De meeste discipelen zijn dan al op de vlucht geslagen. Priesters en schrift-geleerden zullen hem uitdagen om zichzelf te verlossen van het kruis. Jezus zal daar niet op ingaan. Niet zijn wil maar de wil van zijn Vader in de hemel moest geschieden (Matteüs 26: 39 en 53 e.v.).

     In de dagen dat Sri Ramakrishna aan een slopende, terminale ziekte leed probeerden sommige leerlingen een aantal malen hem over te halen om zichzelf door gebed te genezen. Hij wees die suggestie van de hand: 

“Leave me alone. I can’t say those things. I can’t ask the Divine Mother to cure my illness. I shall be cured, if it is the will of God.” [Gospel p. 842, 846 en 942.]

     Ramakrisna wist ook dat deze ziekte bij zijn volgelingen het kaf van het koren zou scheiden : “Only genuine devotees will remain with me now. (….) Those whose devotion to me has a selfish motive behind it will run away at the sight of my illness (….) He who sincerely prays to God will certainly come here. (….) Those who have sincerely practised meditation and japa must come here.” [Gospel p. 832 en 837].

     Eerder had hij gebeden: “Mother, let those who come here with sincere attraction gain spiritual perfection.” M. (Mahendra), de auteur van ‘The Gospel’ voegt daar aan toe: “Let this sacred promise be always remembered by the devotees.” 

[Sri Sri Ramakrishna Kathamrita, Volume IV, Calcutta, 27 September 1910,  p.xiv.]

  


ABOUT THE AUTHOR

Kees Boukema has been a student of Vedanta and other philosophical systems for decades. He has contributed variously to the field of higher thinking. He has written numerous articles on philosophical subjects, reviewed books, and has translated important articles and books. Mr Kees Boukema’s most recent work is the translation into Dutch of the book The Practice of Meditation.

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.