Walking and Philosophers

Kees Boukema

 

Scroll beneden voor de Nederlandse Versie

For some philosophers, walking is the best way to philosophize. Plato and Aristotle taught while walking [ca. 350 BC]. Jean Jacques Rousseau could only meditate when he was walking. “When I stand still, I stop thinking; my mind only works in conjunction with my legs. ” In his youth he traveled across Europe and always on foot. “Never have I lived so consciously as during the foot journeys that I have made on my own. There is something about walking that inspires and stimulates my thought. ” he wrote in “Confessions”; 1782, p. 71 and 183. Nietzsche also worked while walking in the most creative period of his life; sometimes eight hours a day.

In almost all religions there is room for walking. Religious people walk around a shrine in prayer, or walk around a shrine. Believers break free from the worldly tumult and go on a pilgrimage on foot, sometimes without shod. The Vedic tradition knows ‘sannyas’ as one of the four stages of man’s life. It is a period of complete detachment. In earlier times that meant a life as a wandering monk.

Some of Sri Ramakrishna’s disciples lived such a life after his death in 1896. Swami Turiyananda said: “I traveled widely in the early days, alone and without a penny with me, and I slept anywhere. It is not good to wander much if you do not at the same time continue your spiritual effort. Whenever I traveled I kept a place of pilgrimage in view and found my way by survey of people. I thought of not comin

g down from the mountains. I lived happily in the Gharwal hills, totally forgot the existence of the world, and aimed only at God-realization. ” Swami Vivekananda eventually persuaded him to return to the monastery. (Almora, November 4, 1915, Spiritual talks by the first disciples of Sri Ramakrishna, p. 124 ff.)

Prince Shakyamuni left the palace where he grew up at a young age. He spent the rest of his life wandering through India and surrounding countries. Initially as ‘Siddhartha’ in search of enlightenment, then as the ‘Buddha’ (He who is enlightened) to share his findings and disseminate his teachings.

Buddhist vipassana meditation consists of an alternation of sitting meditation and walking meditation. Meditation teacher Thich Nhat Hanh says: “Through concentration and attention you can learn to sit and walk peacefully. If you allow yourself to be distracted while walking and think about things you still need to do, or if you are worried about something, you will not be able to take peaceful steps. ”. If you want to experience peace, you must learn to perceive your thoughts and feelings, but not get carried away by them. Stay focused on what you are doing.

Today, more and more people are becoming familiar with the beneficial effects of walking. Walking is beneficial for our body, but also for our mind. Walking can prevent stress and stimulates energy and creativity.

Thich Nhat Hanh describes in “Buddha Mind, Buddha Body” (California, 2007) exercises that focus on the breath, or on the feet, while walking. If you meditate with a mantra, you can also practice ‘japa’ while walking: Repeat the mantra in the rhythm of the walking movement. “You don’t have to sit to meditate”


LOPEN

Kees Boukema

Voor sommige filosofen is lopen de beste manier manier om te filosoferen. Plato en Aristoteles gaven wandelend les [ca. 350 v.Chr.]. Jean Jacques Rousseau kon alleen mediteren wanneer hij liep. “Als ik stil sta, hou ik op met denken; mijn geest werkt alleen in samenwerking met mijn benen.” In zijn jeugdjaren reisde hij dwars door Europa en altijd te voet. “Nooit heb ik zo bewust geleefd als tijdens de voetreizen die ik alleen heb gemaakt. Het lopen heeft iets dat mijn gedachte bezielt en stimuleert.” schreef hij in ‘Bekentenissen’; 1782, p. 71 en 183. Ook Nietzsche werkte in de meest creatieve periode van zijn leven wandelend; soms acht uur per dag.

     In vrijwel alle religies is plaats ingeruimd voor lopen. Religieuzen lopen al biddend rond een heiligdom, of lopen rond met een heiligdom. Gelovigen maken zich los van het wereldse tumult en gaan te voet, soms ongeschoeid, op pelgrimage. De Vedische traditie kent ‘sannyas‘ als een van de vier levensfasen van de mens. Het is een periode van volledige onthechting. In vroeger tijden betekende dat, een bestaan als zwervende monnik.  

     Sommige discipelen van Sri Ramakrishna hebben, na diens dood in 1896, zo’n bestaan geleid. Swami Turiyananda vertelde: “I travelled widely in the early days, alone and without a pice with me, and I slept anywhere. It is not good to wander much if you do not at the same time continue your spiritual effort. Whenever I travelled I kept a place of pelgrimage in view and found my way by enquiring of people. I thought of not coming down from the mountains. I lived happily in the Gharwal hills, totally forgot the existence of the world, and aimed only at God-realization.” Swami Vivekananda heeft hem uiteindelijk overgehaald om terug te keren naar het klooster. ( Almora, 4 november 1915, Spiritual talks by the first disciples of Sri Ramakrishna, p. 124 e.v..)

     Prins Shakyamuni verliet op jonge leeftijd het paleis waar hij was opgegroeid. Hij zwierf de rest van zijn leven door India en omliggende landen. Aanvankelijk als ‘Siddhartha’ op zoek naar verlichting, daarna als de ‘Boeddha’ (Hij die verlicht is) om zijn bevindingen te delen en zijn leer te verspreiden. 

     Boeddhistische vipassana meditatie bestaat uit een afwisseling van zit-meditatie en loop-meditatie. Meditatieleraar Thich Nhat Hanh zegt: “Door concentratie en aandacht kan je leren om vredig te zitten en vredig te lopen. Als je tijdens het lopen je laat afleiden en denkt aan de dingen die je nog moet doen, of als je je zorgen maakt over iets, kun je geen vredige stappen meer zetten.”. Als je vrede wilt ervaren moet je leren je gedachten en gevoelens wel waar te nemen, maar je niet er door te laten meeslepen. Blijf met je aandacht bij datgene waar je mee bezig bent.

     Tegenwoordig raken steeds meer mensen vertrouwd met de gunstige effecten van wandelen. Lopen is heilzaam voor ons lichaam, maar ook voor onze geest. Wandelen kan stress voorkomen en stimuleert energie en creativiteit. 

     Thich Nhat Hanh beschrijft in “Buddha Mind, Buddha Body”(California, 2007) oefeningen waarbij men zich lopend concentreert op de ademhaling, of op de voeten. Als je mediteert met een mantra, kan je ook lopend ‘japa’ beoefenen: Herhaal de mantra in het ritme van de loopbeweging. “Om te mediteren hoef je niet te zitten”


ABOUT THE AUTHOR

Kees Boukema has been a student of Vedanta and other philosophical systems for decades. He has contributed variously to the field of higher thinking. He has written numerous articles on philosophical subjects, reviewed books, and has translated important articles and books. Mr Kees Boukema’s most recent work is the translation into Dutch of the book The Practice of Meditation.

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.