De Woorden zijn van de Meester, de Stem is van de Discipel

 

Boeddha, Socrates, Jezus en Ramakrishna waren wijsheid-leraren die de dialoog gebruikten als geestelijke oefening, om een probleem dat hen boeide tot klaarheid te brengen. Zelf hebben zij geen geschriften nagelaten; hun leer kennen we dus niet uit de eerste hand. Boeddha en Jezus hebben zelf hun leer mondeling verspreid; zij trokken door India resp. Palestina om te prediken. Het merendeel van hun onderricht is echter pas honderd jaar na hun dood opgeschreven, op grond van hetgeen hun discipelen hadden gehoord, meenden te begrijpen en hadden doorverteld.

Socrates en Ramakrishna waren honkvast. De gesprekken die zij voerden met hun leerlingen en bezoekers vonden meestal plaats in hun woonplaats: Athene resp. Dakshineswar. Hun leer is op schrift gesteld niet op basis van horen zeggen, maar door hun directe leerlingen en tijdgenoten zelf. De filosoof Plato en de geschiedschrijver Xenophon zijn de bekendste leerlingen van Socrates. Swami Vivekananda wordt beschouwd als de belangrijkste leerling van Sri Ramakrishna, naast Mahendranath Gupta. Diens schrijversnaam is ‘M’; hij is auteur van ‘Sri Sri Ramakrishna Kathamrita’, vertaald onder de titel ‘The Gospel van Sri Ramakrishna’.

 

Zowel Plato als Vivekananda waren woordkunstenaars; zij waren in staat om een breed publiek te boeien. Plato was schrijver van boeken als Symposium, Apologie en Faidon; fascinerende teksten over de kunst van leven en sterven, die tot op de dag van vandaag in de westerse filosofie groot gezag genieten. Swami Vivekananda was een charismatisch spreker, die tijdens het Parlement van Religies in Chicago in 1893 en tijdens de tientallen openbare bijeenkomsten in Amerika en India die daarop volgden, honderden toehoorders en met zijn nagelaten geschriften duizenden lezers wist te inspireren.

Het beeld dat wij hebben van Socrates en Ramakrishna , niet alleen van hun onderricht, maar ook van hen als persoon, berust als gezegd, op hetgeen hun tijdgenoten hebben gezien, gehoord en opgeschreven. Die verslagen zijn allerminst eensluidend. Xenophon zag in Socrates een sober levende zielzorger en een filosoof van het gezonde verstand. Plato beschreef Socrates vooral als een scherpzinnig ondervrager en superieur denker die de westerse filosofie diepgaand zou beïnvloeden.

Ook van de leer en de persoon van Ramakrishna bestaan uiteenlopende beschrijvingen. Swami Atulananda, een hindoe-monnik van Nederlandse afkomst, constateerde: “M’s Gospel of Sri Ramakrishna is een prachtig verslag van de manier waarop Ramakrishna omging met volgelingen die huisvader waren. De manier waarop hij omging met zijn volgelingen die monnik zouden worden, zou een heel ander verhaal opleveren; intiemer en het zou de jnani-kant van zijn leven benadrukken. M. maakte bijna helemaal een bhakta van hem.”

De inhoud van het onderricht kan dus verschillen, afhankelijk van de leerlingen tot wie de leraar zich richt en wie de toehoorders zijn, maar kan ook wijzigen als gevolg van het voortschrijdend inzicht van de leraar zelf. Het is denkbaar dat de leerlingen, bewust of onbewust hun eigen ideeën presenteren als de leer van hun meester. In de geschriften van Plato bijvoorbeeld, is weliswaar een hoofdrol weggelegd voor Socrates, maar veel mensen denken, dat Socrates vaak het masker was waarachter Plato zijn eigen ideeën over het voetlicht bracht.

Swami Vivekananda was daarvan overtuigd. Hij schreef aan ‘M’, na het lezen van diens eerste versie van ‘The Gospel of Sri Ramakrishna’: “’De dialogen van Socrates’ zijn volledig Plato, jij blijft totaal onzichtbaar.” en “Nooit is het leven van een groot Leraar zo zuiver aan het publiek gepresenteerd als jij dat hebt gedaan.” ( The Condensed Gospel of Sri Ramakrishna, 6e druk, Madras 1978, p. VIII). Zelf liet Swami Vivekananda geen twijfel bestaan over het auteurschap van zijn onderricht. In zijn toespraken en publikaties bracht hij de naam van zijn leraar Ramakrishna hoogst zelden ter sprake. Wat hij onderwees deed hij steeds onder eigen naam en voor eigen rekening, maar hij toonde zich wel schatplichtig aan zijn leraar Ramakishna. In een interview met de Westminster Gazette van oktober 1895 zei hij:”Mijn leer is mijn eigen interpretatie van onze oude geschriften, in het licht dat mijn Meester er op liet vallen.”

Weesp, 1 oktober 2019 

Kees Boukema 


 

 

 

 

 

Dhr Kees Boukema

 

is de bijdragend redacteur van deze pagina.