ARCHIVES

November 2019

Boek recensie                                   

Drie Vrouwen en een Monnik

 

     Dit is de titel van een boek, verschenen in 2012 en geschreven door de filosofe Helena Klitsie. Van haar hand verscheen eerder het autobiografische ‘Liefde’s logica’ (2001) en ‘Moeder India’ (2005), een hommage aan de Hindoe-filosofie. In haar ‘Woord Vooraf ‘ stelt zij vast dat de laatste honderd jaar in het Westen een groeiende belangstelling is ontstaan voor, en een toenemende invloed merkbaar is van, Oosterse wijsbegeerte. De hindoe-monnik Vivekananda was een van de eersten die Vedanta in het Westen introduceerde. Zijn voornaamste boodschap was, dat tussen de verschillende wereld-religies geen wezenlijk onderscheid bestaat. Zij bieden verschillende toegangen tot één en dezelfde God. 

     Volgens Helena Klitsie worden religies meestal door mannen bedacht en verwoordt, maar zijn het vooral vrouwen die ze in praktijk brengen. Swami Vivekananda werd bij zijn werk, zowel in het Westen als in India, gesteund en geholpen door drie vrouwen: Josephine MacLeod, Sara Bull en Margaret Noble. Zij hebben ieder op hun eigen manier een bijdrage geleverd aan zijn werk.

     Het is intrigerend dat Swami Vivekananda, die in zijn jonge jaren vrouwen zag als lastige obstakels op het geestelijk pad [Zie: ‘The Gospel of Sri Ramakrishna’, p. 953 en 978], tien jaar later intensief samenwerkte met vrouwen. En dat zelfs in die mate, dat hij daarop door een van zijn medebroeders werd aangesproken. Swami Vijnananda vroeg hem, hoe hij zo intiem kon omgaan met vrouwen, terwijl de Meester hen had geleerd om het gezelschap van vrouwen te mijden. Vivekananda raakte geïrriteerd: “Wat weet jij van de Meester? Weet jij dat hij bij mij het onderscheid tussen man en vrouw heeft uitgewist? Is er in het Atman verschil in sexe? [……] Wil jij de Meester met jouw verstand de maat nemen? Wat hij jou leerde is waar. Breng dat in praktijk. Mij gaf hij andere instructies; hij heeft mij de ogen geopend. Hij houdt me bij de hand en leidt mij.” [Zie: ‘God lived with them’, p. 601]. Wat die instructies inhielden en waardoor zijn ogen werden geopend weten we niet, maar hij had bepaalde ervaringen die hem daar zeker bij geholpen hebben. 

     In 1890 begon Vivekananda een pelgrimstocht door India. Als zwervende monnik bezocht hij diverse bedevaartsplaatsen, bestudeerde geschriften en mediteerde op afgelegen plaatsen. Toen hij zich in Almora in de Himalaya bevond bereikte hem het bericht, dat zijn zuster Yogenbala in het huis van haar schoonouders zichzelf om het leven had gebracht. Volgens Klitsie [p. 68] betrof het sati; een gebruik in bepaalde delen van India, waarbij een weduwe haar echtgenoot in de dood volgt door zich op de brandstapel te werpen.

     ‘Dit bericht trof hem diep’, schrijft zijn biograaf, Swami Nihkilananda. Hier werd hij geconfronteerd met het trieste lot van vrouwen in de wrede Indiase samenleving van die dagen. ‘Vaak bekroop hem de gedachte, dat de ellende van India goeddeels was toe te schrijven aan de slechte manier waarop de Hindoes met hun vrouwen omgaan.’ [Zie: ‘Vivekananda, A Biography’, p. 45 en 74].

     Op zijn pelgrimstocht kwam Vivekananda in contact met allerlei slag mensen. De ene dag was hij de gast van een paria, de volgende dag verbleef hij in het paleis van een maharadja. Zo was hij eens op bezoek bij Ajit Singh, de maharadja van Khetri. Hij werd er uitgenodigd om een muziekavond bij te wonen. Toen hij hoorde dat daar ook een danseres zou optreden weigerde hij te komen. Als monnik vond hij, dat hij dit werelds vermaak aan zich voorbij moest laten gaan.

     De danseres die zou optreden was diep teleurgesteld en voelde zich gekwetst. Zij zong daarop dit lied: “Look not, O Lord, upon my sins. Is not Same-sightedness Thy name?

          One piece of iron is in the temple, another in the hand of the butcher.

          Yet both of these are turned to gold when touched by the philosophers’ stone.

          So, Lord, look not upon my evil qualities.”

[Zie ‘Vivekananda, A Biography’, p. 54 e.v.]

Swami Vivekanada was in zijn kamer, toen hij dit lied hoorde en was ontroerd. Dit meisje, dat door de maatschappij als onrein werd beschouwd, had hem geconfronteerd met iets belangrijks: Brahman is de essentie van alle wezens. Voor God is er geen verschil tussen rein en onrein. Dit soort tegenstellingen doen zich voor als het licht van Brahman door Maya is verduisterd. Een monnik moet alles zien vanuit het standpunt van Brahman.  Vivekananda begreep dat hij een fout had gemaakt. Hij verliet zijn kamer en bood het meisje zijn verontschuldigingen aan. Later zei hij er dit over: “Door dat incident vielen de schellen van mijn ogen. Ik zag in, dat allen manifestaties zijn van de Ene en dat het niet aan mij was om iemand te veroordelen.”

     In 1893 vertrok Swami Vivekananda naar Amerika om op het Parlement van Religies dat in september van dat jaar in Chicago zou worden gehouden, het hindoeïsme te vertegenwoordigen.

Helena Klitsie geeft een bloemrijke beschrijving van zijn eerste spraakmakende optreden en van de lezingen-tour die daarop volgde. Vivekananda maakte grote indruk op de Amerikanen en hij was onder indruk van Amerika. Niet in het minst van de vrouwen [blz. 116 – 120]. Hij schreef aan een vriend in India: ‘Nergens heb ik zulke gecultiveerde en ontwikkelde vrouwen gezien als hier. Zij vervullen een centrale rol in het sociale en maatschappelijk leven. Ze zijn aanwezig in scholen en universiteiten, terwijl in ons land vrouwen niet eens veilig over straat kunnen lopen.’ 

     In het Westen ontmoette hij de vrouwen die hem konden helpen bij zijn werk. Joe MacLeod was aanwezig bij een lezing die hij in 1895 gaf  in New York. Ze voelde direct ‘dat alles wat hij zei waar was’ [blz. 105]. Ze heeft de rest van haar leven – ze stierf in 1949 – gewijd aan de verspreiding van zijn gedachtegoed. Door de contacten die zij had met Britse bestuurders in India, wist ze veel obstakels voor de bouw van Belur Math, het hoofdkwartier van de Ramakrishna Orde, uit de weg te ruimen. Ze bracht in 1915 een bezoek aan de Franse schrijver en Nobelprijs winnaar Romain Roland en wist hem over te halen om een biografie te schrijven van Vivekananda en ook van Ramakrishna. Vivekananda zei ooit over haar: “She is pure as purity, loving as love itself”.

Sara Bull, sedert 1880 weduwe van de vermaarde Noorse violist Ole Bull, kwam op haar zoektocht naar een rationele religie, in contact met de hindoe-filosofie, zoals die door Amerikaanse schrijvers als Emerson en Thoreau was verwoord en door de Indiase leraar Mohini Mohan Chatterjee destijds in Amerika werd gepredikt. Toen ze Vivekananda had horen spreken, wist ze dat Advaita Vedanta de weg was waar ze naar had gezocht. Die weg wilde ze volgen en daarvoor zette ze zo nodig alles opzij. Voor Vivekananda gold zij als hét voorbeeld van een heilige.

Sara organiseerde bijeenkomsten waar Vivekananda in contact kwam met de academische elite van de Harvard Universiteit. Zij zorgde ervoor dat de verslagen van zijn publieke lezingen konden worden gepubliceerd en ze organiseerde seminars, waar Vivekananda met zijn meest toegewijde studenten tot een meer diepgaande gedachtewisseling kon komen. Ze bracht ook een bezoek aan India. Voor een maand, was het plan; maar ze zou er een jaar blijven. Ze maakte kennis met Vivekananda’s medebroeders en raakte onder de indruk van hun karakter en inzet. Zij zorgde voor een sluitende financiering van de bouw van Belur Math.

In Margaret Noble vond Vivekananda de vrouw die hem kon helpen bij het realiseren van zijn meest ambitieuze plan: de emancipatie van de vrouwen van India. Zij was geboren in 1867, als dochter van een Ierse dominee en vrijheidsstrijder en beschikte over ruime ervaring in het onderwijs. Zij was geïnteresseerd in het boeddhisme, dat ze, net zoals Vivekananda, beschouwde als een verzelfstandigde tak van het hindoeïsme. Toen ze hem in Londen in huiselijke kring had horen spreken, omschreef ze zijn woorden als ‘het levende water voor mensen die dreigden van dorst om te komen’.

    Haar overgave aan Swami Vivekananda en haar inzet voor de taak die hij haar gaf was totaal. Margaret was volgeling, dochter en werkpaard van haar leermeester, schrijft Klitsie [blz. 220]. De van oorsprong protestante Ierse assimileerde als hindoe en werd bekend onder de naam ‘Sister Nivedita’. De ‘Sister Nivedita School’ die zij stichtte bestaat nog steeds; in de tuin van de Ramakrishna Mission staat een standbeeld van haar.

 

                                                                                     Kees Boukema  

 


 

 

 

 

 

Dhr Kees Boukema

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Dhr Kees Boukema is de bijdragende redacteur van deze pagina.