Doel van het leven

Corné van Nijhuis

 

In ieders leven zijn er van die momenten waarop we onszelf existentiële vragen stellen. Vragen zoals ‘Waar komt het universum vandaan?’, ‘Bestaat er een God? en ‘Wie ben ik?’. In deze overdenking geef ik mijn gedachten over de vraag: Wat is het doel van het leven?

Bij het beantwoorden van dergelijke ‘grote vagen’ zijn natuurlijk talloze perspectieven mogelijk. Ik zal hiervan enkele de revue laten passeren en vervolgens beschrijven wat ik persoonlijke als waarheid zie. 

Vanuit een evolutionair perspectief is het antwoord relatief eenvoudig. Alle levende wezens leven om zich voort te planten, zodat de evolutie zich kan doorontwikkelen naar grotere diversiteit en complexiteit. Hoewel dit antwoord het meest eenvoudig is, is het tegelijk weinig overtuigend. Met name ook omdat dit perspectief geen verklaring geeft voor het ontstaan van het leven. 

Als we kijken vanuit een (westers) filosofisch perspectief komen we al snel bij Plato en Aristotoles. Volgens hen lag het doel van het leven in het bereiken van de hoogste kennis. En de hoogste kennis volgens hen was het idee van ‘het goede’. Anders geformuleerd is het doel van het leven volgens hen het vinden van geluk. Wat betekent dat het leven als zinvol en waardevol wordt ervaren. Daarbij is onduidelijk wat de betekenis van ‘geluk’ exact is. Hiermee geeft het antwoord op de vraag dan ook direct een nieuwe onbeantwoorde vraag en is daarmee voor mij ook weinig bevredigend.

Dan zijn er natuurlijk de Abrahamistische religieuze perspectieven zoals bijvoorbeeld het Christendom en de Islam. Deze religieuze perspectieven verklaren het leven in termen van een impliciet doel, wat niet door de mens zelf is bepaald. Volgens het Christendom (Katholicisme) is de mens geschapen om God onze Heer te loven, te eerbiedigen en te dienen en daardoor zijn of haar ziel te redden. In de Islam is het uiteindelijke doel van de mensheid om hun schepper Allah te ontdekken door middel van zijn tekenen en hem dankbaar te zijn door oprechte liefde en toewijding.

Dan zijn er de oosterse filosofieën zoals Boeddhisme en Hindoeïsme. Voor de Boeddhist is het antwoord het bereiken van Nirvana ofwel verlichting. Dan is de mens bevrijd van alle lijden en van wedergeboorte. Volgens het Hindoeïsme is het ultieme doel het verwezenlijken van de fundamentele waarheid over zichzelf. Dat leid tot verlossing van de cirkel van wedergeboorte.

Vanuit een diversiteit van perspectieven als deze kan een ieder de zijne kiezen als het gaat om het hebben van een doel in het leven. Voor mij zelf is ‘het doel van het leven’ langzaam steed duidelijker aan het worden. Enerzijds vanuit enkele bijzondere persoonlijk spirituele ervaringen en anderzijds vanuit bepaalde specifieke inzichten op mijn zoektocht naar antwoorden. Inzichten die ik deels vond in authentieke geschriften en deels in eigentijdse kennis. 

Tijdens mijn zoektocht naar ‘het doel van het leven’ werd het mij duidelijk dat het van belang was de onderliggende werkelijk van het bestaan te begrijpen. Ofwel: wat “is” het bestaan eigenlijk?

In die verdieping trof ik inzichten in de geschriften van religieuze stromingen, inzichten van mystici zoals die in de Vedische geschriften, als ook bevindingen in de moderne wetenschap, zoals met name de quantum-fysica. Daarbij werd overduidelijk dat deze wegen – religie, mystiek en wetenschap – elkaar meer en meer kruisen. 

Zo is in de laatste decennia vanuit de quantum fysica duidelijk geworden dat in de micro-wereld, zolang er geen observatie plaats vindt, alles zich in superpositie bevindt. Anders gezegd, dat alles in een staat van pure potentieel verkeert. Pas als we deze staat ‘verstoren’, door deze te observeren, dan manifesteert het zich in golven en deeltjes (dit is wat in de Vedische geschriften ‘Maya’ wordt genoemd). Waarbij de vorm afhankelijk is van onze intenties. Deze staat van vormloze superpositie klapt bij observatie ineen tot een punt in onze ‘ruimte-tijd dimensie’. Door te observeren creëren we dus de ‘werkelijkheid’. Volgens de huidige wetenschap is de werkelijkheid in zichzelf dus niet iets fysieks. Het is metafysisch. Een zuiver potentieel, dat  we waarnemen als fysieke werkelijkheid. Het is dus niets anders dan de manifestatie van een denkbeeldige werkelijkheid. Iets wat dus alle verschijnselen doordringt. 

Deze quantum beschrijving van de onderliggende werkelijkheid, een staat van puur potentieel, roept in zeer sterke mate het idee op van non-dualiteit. Een inzicht dat reeds millennia werd beschreven in de Hindoeïstische metafysica van Advaita Vedanta. Volgens de mystici van deze millennia oude traditie is ons universum niet meer dan een verschijning, een illusie die slecht wordt ervaren als werkelijkheid. Een subjectieve ervaring die wordt gecreëerd door het ‘ervarende bewustzijn’ zelf, ‘the witness consciousness’. In deze visie is de enige ware onderliggende werkelijkheid het bewustzijn zelf. 

Op basis van het inzicht van de aard van het bestaan kan ik nu voor mijzelf een gefundeerd antwoord geven op de vraag naar ‘het doel van het leven’. Voor mij is dit het kennen van je ware aard ofwel het ervaren van je eigen zuivere bewustzijn. Zolang we ons daar onvoldoende bewust van zijn, zullen we een slaaf zijn van onze perceptie. Zodra we onze ware aard kennen en weten dat we ‘een zuiver potentieel’ zijn, dan zullen we de wereld van ruimte-tijd weer overstijgen en thuis zijn. 

 


Dhr Corné van Nijhuis is de Bijdragende Redacteur van deze sectie.

Dit deel is het filosofische deel. Het thema zelf is moeilijk. We vragen u om deel te nemen en uw mening te geven in het commentaargedeelte.