Wat is meditatie?

 

When all the senses are stilled. When the mind is at rest, but alert. 

When the intellect wavers not. Then is known the highest state of Divinity.

(Katha Upanishad 2.3.10)

Since I am very interested in Eastern philosophy and everything related to it and I like to talk about it, the question regularly arises whether I might also meditate. What strikes me, however, is that many people in my environment, who have not seriously studied the origin and background of meditation, often have a strong opinion. Perhaps in a general sense something typically Dutch? In the views I hear here in the Netherlands, meditation is often seen as a technique to reduce stress with additional benefits for one’s physical health. Sometimes it is seen as a mental technique to reflect on problems and possibly find creative innovative solutions. However, none of these goals, in my view, have anything to do with the original and real goal. The original goal of meditation is not aimed at the person himself. Neither on his physical body, nor on his mental being, nor on his imagined personality. It is not even aimed at understanding the meaning of life, the universe or otherwise. All these things concern only the world of appearance and have nothing to do with our real nature, or the nature of reality.

Dhyana

True meditation focuses on transcending all of these foregoing and on realizing this recognition and recognition. Meditation (Dhyana) is the art of experiencing the inner universal Divinity. Meditation therefore focuses on the ‘higher consciousness’. It is an esoteric activity. Meditation is transcendental in the sense that it transcends the past and the future, because as pure consciousness we reside completely in the present. It is somewhat similar to the state of deep sleep, except that during meditation the consciousness is completely clear instead of completely covered. Meditation is the epitome of “being in the now”, without any distractions and at the same time without doing anything. There is no ego in that present, because in meditation the body and mind respond only to genetically programmed needs of self-preservation. Meditation means complete stillness and tranquility. External sounds and internal thoughts may arise, but are effortlessly ignored. In true meditation, thoughts can present themselves freely and are not seen as disturbances to be controlled by an imaginary ego that feels hindered by them. The crux here is precisely to realize that the ego is a constituent part of the stream of thoughts it wants to control and that the ego does not have a reality of its own that is independent of the thoughts. So anything that arises in the state of meditation may appear freely, including mantras, the illusion of the ego, thoughts and emotions. None of this is able to affect the “silent space” of pure consciousness, in which all this has its moment and in which it dissolves without a trace.

Technique

There are various techniques for getting into a meditative state. These techniques are all aimed at developing concentration (dharana) and self-discipline (tapas). This can be done, for example, by repeating a mantra (japa yoga), staring at an object (icon of a Deity or a burning flame) or observing one’s own breathing. The function of all these techniques is to focus the mind on a single object, eliminating all external details. This practice continues until the one object itself also becomes redundant and pure consciousness remains.

During the early stages of these techniques, thoughts are constantly arising and we become aware of external or internal distractions. But we should simply let these flow by with a neutral attitude, without clinging to them. Consciousness must then be returned to the one chosen object.

The core of the Japa yoga practice is the period of silence between repetitions. These periods lengthen as the meditation progresses and the pace slows down until finally there is only silence and the mind is completely at rest. Then the action (japa) has disappeared and there is pure meditation (yoga).


Wat is meditatie?

When all the senses are stilled. When the mind is at rest, but alert. 

When the intellect wavers not. Then is known the highest state of Divinity.

(Katha Upanishad 2.3.10)

Aangezien ik mij sterk interesseer in oosterse filosofie en alles wat daar aan gerelateerd is en ik er graag over spreek, komt met regelmaat de vraag naar boven of ik misschien ook mediteer. Wat mij daar bij echter opvalt is dat veel personen in mijn omgeving, die zich niet serieus verdiept hebben in de oorsprong en achtergrond van meditatie veelal wel een uitgesproken opvatting hebben. Misschien overigens in algemene zin wel iets typisch Nederlands? In de opvattingen die ik hier in Nederland hoor wordt meditatie veelal gezien als techniek om stress te verlagen met bijkomende voordelen voor iemands fysieke gezondheid. Soms wordt het gezien als een mentale techniek om op problemen te reflecteren en daar mogelijk creatieve vernieuwende oplossingen voor te vinden.  Echter geen van deze doelen hebben naar mijn inzicht iets te maken met het oorspronkelijke en werkelijke doel. Het oorspronkelijke doel van meditatie is namelijk niet gericht op de persoon zelf. Noch op zijn fysieke lichaam, noch op zijn mentale wezen en noch zijn ingebeelde persoonlijkheid. Het is zelfs niet gericht op inzicht in de betekenis van het leven, het universum of anderszins. Al deze zaken betreffen namelijk slechts de verschijningswereld en hebben niets te maken met onze werkelijke aard, dan wel de aard van de werkelijkheid. 

Dhyana

Echte meditatie richt zich op het overstijgen van al deze voornoemde zaken en op het besef van deze erkenning en herkenning. Meditatie (Dhyana) is de kunst van het ervaren van de innerlijke universele Goddelijkheid. Meditatie focust zich dan ook op het ‘hogere bewustzijn’. Het is een esoterische activiteit. Meditatie is transcendentaal in de zin dat het het verleden en de toekomst overstijgt, omdat we als zuiver bewustzijn volkomen in het heden verblijven. Het is enigszins vergelijkbaar met de toestand van diepe slaap, alleen is het bewustzijn tijdens meditatie volkomen helder in plaats van volledig bedekt. Meditatie is het toonbeeld van “in het nu zijn”, zonder enige afleiding en tegelijk zonder ook maar iets te doen. In dat heden bestaat geen ego, omdat in meditatie het lichaam en de denkgeest slechts reageren op genetisch geprogrammeerde behoeften van zelfbehoud. Meditatie betekent volkomen stilte en rust. Externe geluiden en interne gedachten kunnen opkomen, maar worden moeiteloos genegeerd. In ware meditatie kunnen gedachten zich vrij presenteren en worden deze niet gezien als verstoringen die moeten worden beheerst door een imaginair ego dat zich daardoor gehinderd voelt. De crux is hier juist om te beseffen dat het ego een constituerend onderdeel is van de gedachtenstroom die het wil beheersen en dat het ego juist geen eigen werkelijkheid heeft dat onafhankelijkheid is van de gedachten. Alles wat in toestand van meditatie dus opkomt mag vrijelijk verschijnen, inclusief mantras, de illusie van het ego, gedachten en emoties. Niets hiervan is in staat de ‘stille ruimte’ van puur bewustzijn, waarin dit alles zijn moment heeft en waarin het zonder enig spoor oplost, te beïnvloeden.  

Meditatie is de weg naar de manifestatie van het Zelf.

Techniek

Er bestaan diverse technieken om in meditatieve toestand te komen. Deze technieken zijn er stuk voor stuk op gericht om concentratie (dharana) en zelf-discipline (tapas) te ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld door herhaling van een mantra, (japa yoga), staren naar een object (icoon van een Godheid of een brandende vlam) of het waarnemen van de eigen ademhaling. De functie van al deze technieken is om de denkgeest te concentreren op één enkel object, zodat alle externe details worden geëlimineerd. Deze oefening duurt voort totdat het ene object zelf ook overbodig wordt en zuiver bewustzijn resteert. 

Gedurende de eerste fases van deze technieken ontstaan er voortdurend gedachten en worden we ons bewust van externe of interne afleidingen. Maar deze dienen we eenvoudigweg met neutrale houding voorbij te laten stromen, zonder ons er aan te hechten. Het bewustzijn dient vervolgens terug te worden gebracht naar het ene gekozen object.  

De kern van de Japa yoga oefening is de periode van stilte tussen de herhalingen in. Deze periodes verlengen zich wanneer de meditatie vordert en het tempo vertraagd totdat er uiteindelijk slechts stilte is en de denkgeest geheel tot rust is gekomen. Dan is de handeling (japa) weggevallen en is sprake van zuivere meditatie (yoga). 

 


About the Author

Corné van Nijhuis

Mr Corne van Nijhuis is a scholar, deeply involved in the scientific study of philosophy and spirituality. Having been successful in his field, Mr Corne van Nijhuis has dedicated his time to the study and practice of Vedanta. Readiness to help always, a seeking mind, are some of his outstanding qualities. He has been a regular contributor to this magazine.