Sri Ramakrishna en Narendra

Bij het vertellen van het verhaal van Naren ( Swami Vivekananda ) die voor het eerst naar hem toekwam, zei de Meester : ” Toen ik deze jongen de kamer binnen zag komen , dacht ik, ‘ Kan zo’n jongen uit Calcutta komen waar alles rajastisch  ( extreem actief ) is ?

Ik kon zien dat zijn geest voor driekwart naar binnen was gericht en dat hij alleen met het andere  vierde deel al deze uiterlijke dingen deed. ( Tijdens Naren’s tweede bezoek aan Dakshineswar) toen Naren was gaan zitten  , boog Sri Ramakrishna en raakte zijn hart aan , door de voorkant  van zijn overhemd, dat losgeknoopt was. Naren vertelde me achteraf : ” De muren van de kamer begonnen terug. te wijken en te verdwijnen. Toen verdwenen de rivier en heel Calcutta.

De vloer van de kamer leek in de aarde weg te zinken, totdat ik uiteindelijk in een vast vacuum leek te zijn waar niets anders was dan deze brahmin ( Sri Ramakrishna ) die voor mij stond.” Dit is hoe hij het vertelde, maar de Meester zei , toen hij er later over sprak, dat is. hoe hij het vertelde. Maar de Meester , er later over sprekend , zei dat als hij voelde , dat dit alles gebeurde. Naren uit riep: ” Wat ben je aan het doen?  Ik heb mijn moeder , mijn broers om voor te zorgen. Maar Naren herinnerde het zich niet.

Later , toen ik Sri Ramakrishna vroeg of er een God was, zei hij  dat ik naar de jongen Narendra moest gaan en het hem moest vragen. Ik ging en vroeg het hem. Toen vertelde Naren dit verhaal , en hij voegde eraan toen, dat hij gedurende vijftien of twintig dagen God overal leek te zien.  Alles leek vol leven — de grond, de muur , overal. was er leven. Zo kwam hij te weten dat deze brahmin geen gewone paramahamsa was .

Op een keer werd er bij. Keshab een drama opgevoerd en Naren. kreeg de rol van sannyasin ( monnik ) toegewezen.  De Meester sprak zijn grote voldoening uit toen hij ervan hoorde en drong erop aan dat hij naar de uitvoering zou worden gebracht. Naren verwierf  zich meest verdienstelijk van zijn taak, en nadat het stuk was afgelopen, liet de Meester hem naar buiten brengen in de hal, zodat hij hem weer in het oranje kleed ( gerua ) zou kunnen zien. Het leek hem het grootste genoegen te doen hem als een sannyasin te zien gekleed.

Vanaf het begin was Sri Ramakrishna ‘s liefde voor Narendra grenzeloos.

Als Naren een tijd lang niet naar de tempel kwam , werd de Meester zo rusteloos dat hij zelfs moest huilen. Toen ik een keer bij. hem was, bleef hij rennen naar de Ganges kant van zijn kamer, dan naar de kant van de weg , om te zien of Naren eraan kwam. Eindelijk zei hij dat ik een koets moest regelen. Ik rende twee mijl om er een te bemachtigen, en samen reden we naar het huis. van Naren. We vonden hem in zijn groezelige kamer op de begane grond.  ” Waarom ben je gekomen? ”  vroeg hij met duidelijke ergernis bij het zien van de Meester.”  Wat zal mijn familie denken als ze een sadhu zo naar me toe zien komen?”

In werkelijkheid ergerde hij zich er echter aan dat de Meester hem zoveel eer betoonde.

Sri Ramakrishna legde altijd uit dat er onder zijn discipelen sommigen waren die zijn antar- anga waren— dat wil zeggen, zijn binnenste cirkel—-dat zij altijd met hem mee zouden gaan wanneer hij incarneerde. Dit waren Narendra, Rakhal, Baburam en Niranjan. Hij voorspelde altijd dat Niranjan hem niet lang zou overleven , en dat deed hij ook niet. Van deze antar- anga  zei hij dat Naren hem het meest volledig zou begrijpen.

Dit inzicht kwam echter niet in een keer. Keer op keer rees de twijfel aan de Meester , en Naren zou bittere tranen vergieten over zijn gebrek aan vertrouwen.  In plaats van hem te verwijten te maken, huilde Sri Ramakrishna met hem mee  en trachtte hem te troosten. Zelfs aan het einde , slechts  een korte tijd voordat de Meester zijn fysieke lichaam verliet, verscheen het weer, maar vond geen uitdrukking.  De Meester ving echter zijn gedachten op en hij herhaalde drie maal met grote nadruk  : ‘ Hij die Rama was , hij die Krishna was , is nu Ramakrishna .” De drievoudige herhaling duidde op de onbetwistbare waarheid van de uitspraak.

Terwijl Naren nog steeds studeerde ,studeerde hij de hele dag, en bracht de nacht door in meditatie. Dit constante gebruik van de hersenen veroorzaakte hevige pijn in zijn hoofd, waardoor hij dagenlang om en om lag te rollen op zijn bed. Toen hij ervan hoorde, kwam de Meester naar het huis van een toegewijde, in de buurt en liet hem halen. ” Maar hij kan niet opstaan uit zijn bed, ” legde iemand uit. ” Vertel. het. hem maar. Hij zal komen,” Hij zal komen, ” antwoordde de Meester. Naren kwam, en terwijl hij bij de Meester ging zitten, streek deze liefdevol met zijn hand door zijn haar en zei: ” Waarom , mijn jongen, wat is er aan de hand? Je hebt hoofdpijn, is het niet zo? ” Naren zei dat meteen alle pijn hem verliet.

[…volgende maand]

samengesteld en gepresenteerd door

Mary Saaleman

English version


Mary Saaleman

is a Vedantist since three decades. She dedicates herself to Mother, Ramakrishna and Swamiji. She is a student of the lives of the Master,  Mother and Swamiji and the Gospel of Sri Ramakrishna.

is een vedantist sinds drie decennia. Haar leven is Moeder, Ramakrishna en Swamiji. Ze bestudeert de levens van de Meester, Moeder en Swamiji en het evangelie van Sri Ramakrishna.