A Russian Pilgrim

Kees Boukema

The Way of a Pilgrim offers an introduction to the spirituality of 19th century Russia. It recounts the adventures of a nameless peasant in search of someone who can explain to him what the Apostle Paul might have meant when he wrote to the Christians in Thessaloniki: “Pray without ceasing.” He had heard this admonition read in church. It had touched him deeply, but he didn’t understand how he could act on it. Local clergy could preach beautifully about prayer: That we need it and what its fruits are. They could not explain how one can “pray without ceasing” and “what” to pray.


This quest took him through Ukraine and Russia. When he heard of a man who lived in a chapel and devoted all his time to prayer and reading devotional literature, he sought him out and asked him, “How can one pray without ceasing?” The man was silent for a while, looked at him searchingly and said: “Incessant inner prayer is the continuous and intense longing of the human soul for God. To master that, we must pray to God more often and more fervently. Prayer itself will reveal to you how you can come to prayer without ceasing. But remember: It takes time.”
In Irkutsk (Siberia) the pilgrim came into contact with a ‘starets’; a monk of great piety and much experience of the spiritual life. He explained to him, “that the heavenly light of ceaseless inward prayer is not obtained by the wisdom of this world, nor by a pure outward desire for knowledge, but, on the contrary, is found in the poverty of the mind and in an actual living of the simplicity of the heart. .” The starets taught him the “Jesus Prayer” and how to apply it. His directions and the study of the “Philokalia” (a collection of texts by Fathers, hermits and saints of the Greek and Russian Orthodox Church) led the pilgrim on the spiritual path he was seeking.
By praying the “Jesus Prayer” more and more every day, up to twelve thousand times, it took on an increasingly subtle form in his mind and gradually took place on its own. He could listen to it, like the beating of the heart in his body. It helped him endure hunger, cold and pain. The prayer that cleanses from sin was also a key to the Gospels. Only now did he understand the meaning of the words “The kingdom of God is within you” [Luke 17:21].
In a small village he met a priest with whom he spoke about inner prayer and his spiritual experiences. The priest asked him why he sought solitude and tried to persuade him to stay: “You could help many people in the way of salvation.” But the pilgrim did not respond: “Everyone does what he can with the gifts he has received from God. There are preachers and hermits. Even saints went into the desert to escape the bustle and dangers of dealing with people.”
The last we hear about the Russian pilgrim is that he has set out for the Ukrainian port of Odessa, to embark there with destination Jerusalem.
The manuscript, kept in a monastery on Mount Athos, was printed and published in 1884 in the Tatar port city of Kazan. In 1930 “The Way of a Pilgrim” was published, which is an English translation by R.M. French, an Anglican cleric, working in Arkhangelsk.

The English mystic Evelyn Underhill wrote of inner prayer (“Worship,” London, 1936, p. 273):

Eastern Catholicism has a technique of his own, of a simple and beautiful kind, for the production and deepening of that simple, inclusive, and continuous act of communion with God, that humble ‘prayer of the heart”, wich is the substance of its mystical worship. This technique, so simple that it is within the compass of the humblest worshipper, yet so penetrating that it can introduce those who use it faithfully to the deepest mysteries of the contemplative life, consits in the unremitting inward repitition of the Holy Name of God; usually in the form of the so-called ‘Jesus-prayer’:“Lord Jesus Christ, Son of God, have mercy upon me!”

     This prayer has a unique place in the spiritual life of Orthodoxy. All monastic rules of devotion given by monks to the pious laity, aim at its development. It carries the simple and childlike appeal of the devout peasant, and the continous self-acting aspiration of the great contemplative.”


Een Russische Pelgrim

Kees Boukema

‘De weg van een pelgrim’ biedt een kennismaking met de spiritualiteit in Rusland van de 19e eeuw.  Het verhaalt de lotgevallen van een naamloze boer op zoek naar iemand, die hem kan uitleggen wat de apostel Paulus zou hebben bedoeld, toen hij aan de christenen in Thessaloniki schreef: “Bidt zonder ophouden.” Deze vermaning had hij horen voorlezen in de kerk. Het had hem diep geraakt, maar hij begreep niet hoe hij er gevolg aan zou kunnen geven. Plaatselijke geestelijken konden mooi preken over het gebed: Dat we het nodig hebben en wat de vruchten zijn. Zij konden niet uitleggen, hoe men ‘zonder ophouden kan bidden’ en ‘wat’ je dan moet bidden.

Deze zoektocht voerde hem door de Oekraïne en Rusland. Toen hij hoorde over een man die in een kapel woonde en al zijn tijd wijdde aan gebed en het lezen van stichtelijke lectuur, zocht hij hem op en vroeg hem: ‘Hoe kan men zonder ophouden bidden?” De man zweeg enige tijd, keek hem onderzoekend aan en zei: “Onophoudelijk innerlijk gebed is het ononderbroken en intens verlangen van de menselijke ziel naar God. Om ons dat eigen te maken, moeten we vaker en vuriger tot God bidden. Het gebed zelf zal u openbaren, hoe gij tot het bidden zonder ophouden kunt komen. Maar bedenk wel: Het eist tijd.”

In Irkoetsk (Siberië) kwam de pelgrim in contact met een ‘starets’; een monnik met grote vroomheid en veel ervaring van het geestelijk leven. Die legde hem uit, “dat het hemelse licht van onafgebroken innerlijk gebed niet verkregen wordt door de wijsheid dezer wereld, noch door een zuiver uiterlijk verlangen naar kennis, maar integendeel gevonden wordt in de armoede des geestes en in een daadwerkelijk beleven van eenvoud des harten.” De starets leerde hem het ‘Jezus-gebed’ en hoe je het moet toepassen. Diens aanwijzingen en de studie van de ‘Philokalia’ (een verzameling teksten van kerkvaders, kluizenaars en heiligen van de Griekse en Russische Orthodoxe kerk) brachten de pelgrim op het spirituele pad dat hij zocht.

Door het ‘Jezus-gebed’ steeds vaker, tot twaalf duizend maal, dagelijks te bidden, nam het in zijn geest een steeds subtielere vorm aan en voltrok zich geleidelijk zelf. Hij kon er naar luisteren, zoals naar het kloppen van het hart in zijn lichaam. Het hielp hem honger, koude en pijn te doorstaan. Het gebed dat reinigt van zonden, vormde ook een sleutel tot de evangeliën. Nu eerst begreep hij de betekenis van de woorden “Het Koninkrijk Gods is binnen in ulieden” [Lucas 17:21].

In een klein dorp ontmoette hij een priester met wie hij sprak over het innerlijk gebed en zijn spirituele ervaringen. De priester vroeg hem, waarom hij de eenzaamheid zocht en probeerde hem over te halen om te blijven: “Je zou veel mensen kunnen helpen op de weg der zaligheid.” Maar de pelgrim ging er niet op in: “Ieder doet wat hij kan met de gaven, die hij van God heeft ontvangen. Er zijn predikers en kluizenaars. Zelfs heiligen trokken de woestijn in om te ontkomen aan de drukte en de gevaren van de omgang met mensen.”

Het laatste dat we over de Russische pelgrim vernemen is, dat hij op weg is gegaan naar de Oekraïense havenstad Odessa, om zich daar in te schepen met bestemming Jeruzalem.

Het manuscript dat in een klooster op de berg Athos werd bewaard, werd in 1884 in de Tataarse havenstad Kazan gedrukt en gepubliceerd. In 1930 verscheen “The Way of a Pilgrim”, een Engelse vertaling verzorgd door R.M. French, een Anglicaanse geestelijke, werkzaam in Archangelsk.

De Engelse mystica Evelyn Underhill schreef over het innerlijk gebed (‘Worship”, London, 1936, p. 273): “Eastern Catholicism has a technique of his own, of a simple and beautiful kind, for the production and deepening of that simple, inclusive, and continuous act of communion with God, that humble ‘prayer of the heart”, wich is the substance of its mystical worship. This technique, so simple that it is within the compass of the humblest worshipper, yet so penetrating that it can introduce those who use it faithfully to the deepest mysteries of the contemplative life, consits in the unremitting inward repitition of the Holy Name of God; usually in the form of the so-called ‘Jesus-prayer’:“Lord Jesus Christ, Son of God, have mercy upon me!”

     This prayer has a unique place in the spiritual life of Orthodoxy. All monastic rules of devotion given by monks to the pious laity, aim at its development. It carries the simple and childlike appeal of the devout peasant, and the continous self-acting aspiration of the great contemplative.”

 

 


ABOUT THE AUTHOR

Kees Boukema has been a student of Vedanta and other philosophical systems for decades. He has contributed variously to the field of higher thinking. He has written numerous articles on philosophical subjects, reviewed books, and has translated important articles and books. Mr Kees Boukema’s most recent work is the translation into Dutch of the book The Practice of Meditation.

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.