Feature

Swami Vivekananda on Freedom

This world is not for cowards. Do not try to fly. Look not for success or failure. Join yourself to the perfectly unselfish will and work on. Know that the mind which is born to succeed joins itself to a determined will and perseveres. You have the right to work, but do not become so degenerate as to look for results. Work incessantly, but see something behind the work. Even good deeds can find a man in great bondage.

Therefore be not bound by good deeds or by desire for name and fame. Those who know this secret pass beyond this round of birth and death and become immortal. The ordinary Sannyâsin gives up the world, goes out, and thinks of God. The real Sannyâsin lives in the world, but is not of it. Those who deny themselves, live in the forest, and chew the cud of unsatisfied desires are not true renouncers. Live in the midst of the battle of life. Anyone can keep calm in a cave or when asleep. Stand in the whirl and madness of action and reach the Centre. If you have found the Centre, you cannot be moved.

Freedom is inseparably connected with immortality.

To be free one must be above the laws of nature. Law exists so long as we are ignorant. When knowledge comes, then we find that law nothing but freedom in ourselves. The will can never be free, because it is the slave of cause and effect. But the “I” behind the will is free; and this is the Self. “I am free” — that is the basis on which to build and live. And freedom means immortality.

 


Swami Vivekananda over Vrede

 

Deze wereld is niet voor lafaards. Probeer niet te vliegen. Zoek niet naar succes of mislukking. Sluit je aan bij de perfect onzelfzuchtige wil en werk aan. Weet dat de geest die is geboren om te slagen zich aansluit bij een vastberaden wil en volhardt. Je hebt het recht om te werken, maar word niet zo gedegenereerd om resultaten te zoeken. Werk onophoudelijk, maar zie iets achter het werk. Zelfs goede daden kunnen een man in grote slavernij vinden. Laat u daarom niet binden goede daden of door het verlangen naar naam en faam.

Degenen die dit geheim kennen, gaan voorbij deze ronde van geboorte en dood en onsterfelijk worden. De gewone Sannyâsin geeft de wereld op, gaat naar buiten en denkt aan God. De echte Sannyâsin leeft in de wereld, maar hoort er niet bij. Degenen die zichzelf verloochenen, in het bos leven en herkauwen van onbevredigde verlangens zijn niet waar verzakers. Leef midden in de strijd van het leven. Iedereen kan kalm blijven in een grot of tijdens het slapen. Sta in de werveling en waanzin van actie en bereik het Centrum. Als je het Centrum hebt gevonden, kun je niet worden verplaatst.

Vrijheid is onlosmakelijk verbonden met onsterfelijkheid. Om vrij te zijn moet men boven de natuurwetten staan. Wet bestaat zolang we onwetend zijn. Wanneer kennis komt, dan vinden we die wet niets anders dan vrijheid in onszelf. De wil kan nooit vrij zijn, omdat hij de slaaf is van oorzaak en gevolg. Maar het ‘ik’ achter de wil is vrij; en dit is de Zelf. “Ik ben vrij” – dat is de basis waarop te bouwen en te leven. En vrijheid betekent onsterfelijkheid.