Het Yūgen-moment

Het Yūgen-moment

Corné van Nijhuis

Als ik naar een rivier kijk is dit niet het water wat ik op dat moment écht zie. Het zich continu vervangen water noemen we namelijk de rivier. Of vergelijkbaar: als ik je vandaag ontmoet en ik je morgen weer zie, zie je er ongeveer uit zoals je er gisteren uitzag. Dus ik denk dat je dezelfde persoon bent, maar fundamenteel ben je dat niet. Niet écht. Dus alles wat wij om ons heen waarnemen is ‘slechts’ een patroon. Ieder van ons is een draaikolk in het tij van het bestaan. Elke cel in ons lichaam is constant in beweging. Niets is écht vast te pinnen. Of vergelijkbaar: wat gebeurt er als een muzikant vandaag een bepaald muziekstuk speelt en morgen hetzelfde stuk? Is het hetzelfde muziekstuk of een ander? Hier is in het Pali een mooie uitdrukking voor “nacha so, nacho anno”, wat zoiets betekent als 'niet hetzelfde en toch niet een ander’. Het is allemaal ‘de dans van het bestaan’.

De wereld is dus permanent in beweging. Of anders bezien: we leven op vele niveaus van ritme. Dit is de aard van verandering. En als je je ertegen verzet, ervaar je frustratie en lijden. Maar aan de andere kant, als je de essentie van verandering begrijpt en respecteert en je je niet vastklampt aan de dingen om je heen, je laat het stromen, dan is het geen probleem. Het zal veelal zelfs iets moois worden. Percy Bysshe Shelley beschrijft dit idee van de vluchtigheid van de wereld op een zeer fraaie wijze in het volgende gedicht:

The one remains, the many change and pass.

Heaven’s light forever shines, earth’s shadows fly.

Life, like a dome of many-colored glass,

stains the white radiance of eternity,

until death shatters it to fragments.

Het feit dat dingen altijd voorbijgaan, dat dingen op de een of andere manier altijd verdwijnen, heeft iets wonderbaarlijks. De Japanners hebben hier een woord voor, yūgen, dat geen enkel ‘westers’; equivalent heeft. Je hebt het gevoel van yūgen als je in de verte op het water een schip achter een eiland ziet verdwijnen. Je hebt het gevoel van yūgen als je ziet hoe je op enig moment wilde ganzen ziet en die vervolgens opgaan in de wolken. Je hebt het gevoel van yūgen als je over een berg kijkt en je bent nog nooit aan de andere kant geweest en je ziet de lucht daarachter. Je gaat er niet heen om te kijken wat er aan de andere kant is. Dat zou geen yūgen voortbrengen. Je laat de andere kant de andere kant zijn voor wat het is en het tegelijk roept het iets op in je verbeelding. Maar je probeert het niet te definiëren of vast te pinnen, want dat zou het mysterie bederven. Je laat het gewoon in het mysterie verdwijnen.

Helaas is het probleem daarbij veelal dat we een eenzijdige geest hebben. We merken ‘de golven van leven’ op wanneer een golf op zijn top is. We merken het niet als we halverwege het golfdal zitten. Het zijn de toppen die tellen. Neem een ​​zaag: wat voor ons belangrijk lijkt, zijn de punten van de tanden. Ze lijken het snijden te doen, niet de dalen tussen de tanden. Maar je zou geen punten van tanden kunnen hebben zonder dalen ertussen. Daarom zou de zaag niet snijden zonder beide punten en V-vormige dalen. Maar dat negeren we. We merken de dalen niet op, zoveel als we de punten opmerken. Dalen wijzen naar beneden. Tanden wijzen naar boven. En we geven de voorkeur aan dingen die naar boven wijzen, omdat omhoog als goed wordt gezien en omlaag als slecht.

We negeren dus het dal-aspect van dingen, en juist daarom begint alle wijsheid met het

benadrukken van het dal-aspect als onderscheid van het top-aspect. We besteden veel aandacht aan het top-aspect. Dat is wat onze aandacht trekt, maar op de een of andere manier mijden we het dal-aspect. Maar dat maakt ons erg ongemakkelijk. Het lijkt erop dat we plezier willen en krijgen van het kijken naar de toppen. Maar eigenlijk ontneemt dit ons plezier omdat we stiekem weten dat elke top wordt gevolgd door een dal: de ‘vallei van de schaduw des doods’. Daarom zijn we altijd bang, omdat we niet gewend zijn naar dalen te kijken. Omdat we niet gewend zijn om deze toe te laten in het leven. Ze vertegenwoordigen voor ons het vreemde en dreigende onbekende. En dus …… verzetten we ons tegen verandering, onwetend van het feit dat verandering het leven is en dat ‘niets’ steevast de keerzijde is van ‘iets’.

Als je muziek hoort dan is wat je als melodie hoort het interval tussen de ene toon en de andere. De treden op de muziekladder. Het is het interval dat het niet-interval doet bestaan is. Het interval is net zo belangrijk als wat er tussenin is, omdat ze alleen samen kunnen bestaan. Je hebt het een niet zonder het ander, net zoals je cirkelzaag geen tanden heeft zonder dalen tussen de punten ervan of zoals een voorkant niet zonder achterkant bestaat. Dit fundamentele principe geldt voor alles, ook voor het leven als fenomeen: memento vivere ~ memento mori.

Ik hoop je weer geïnspireerd te hebben om na te denken over het mysterie van het leven.

________________________________

Dhr Corne van Nijhuis is een geleerde en heeft zijn tijd gewijd aan de studie en beoefening van Vedanta. Hij levert regelmatig bijdragen aan dit tijdschrift.