Nag Mahashaya’s Perception of Sri Ramakrishna
One time, Nagmahashaya visited Sri Ramakrishna. This time he was alone. The Master, as on previous occasions, attained Bhava. He stood up from his seat and muttered something. Seeing him in that state, Nagmahashaya became terrified. Sri Ramakrishna then told him, “Well, you are a medical man. Please examine my legs and see what is there.” When Nagmahashaya heard him talking in a normal voice, he was greatly relieved. He touched his feet, examined them well and said that he found nothing there. Sri Ramakrishna again asked him to examine them more carefully. Now Nagmahashaya touched the Master’s feet with more enthusiasm and felt how the Guru removes the wants and difficulties of the disciple. A small act of charity on the part of the Guru makes a true disciple feel that as an extremely gracious act of love towards him. And what to speak of such a devotee as Nagmahashaya! His grief over the Master not allowing him to touch his feet on his first visit was now assuaged, and he considered himself blessed, now that he was given the privilege of doing so. Tears trickled down his cheeks and he placed those long desired feet on his head and heart. Blessed are the souls that know the relation between the Guru and the disciple, for they shall see God! About this time Nagmahashaya was convinced that Sri Ramakrishna was God-incarnate. Being questioned how he could know this, he said, “After my going to Sri Ramakrishna for a few days, I came to know through His Grace that Sri Ramakrishna was Narayana personified and He was having His Lila in secret at Dakshineswar.” He then remarked, “No one can realize Him unless blessed by Him. Even austere penances for a thousand years will be of no avail to realize Him, if He does not show mercy.”
Another day Nagmahashaya went to see Sri Ramakrishna at Dakshineswar. When he reached there, he saw the Master taking rest after his meal. It was the month of May and the day was very sultry. Sri Ramakrishna asked him to fan him and then went to sleep. Nagmahashaya fanned him long and his hands became tired but he could not stop without the Master’s permission. He consequently continued the task but his hands became very heavy and he could not hold the fan any longer. Just then Sri Ramakrishna caught hold of his hand and took the fan. Referring to this incident, Nagmahashaya said, “His sleep was not like that of ordinary persons. He could always remain awake. Excepting God, this state is not attainable for any aspirant or even a Siddha.”
_____________________________
Op een keer bezocht Nagmahashaya Sri Ramakrishna. Deze keer was hij alleen. De Meester bereikte, net als bij eerdere gelegenheden, Bhava. Hij stond op van zijn zetel en mompelde iets. Toen Nagmahashaya hem in die toestand zag, werd hij doodsbang. Sri Ramakrishna zei toen tegen hem: “Welnu, u bent een arts. Onderzoek alstublieft mijn benen en kijk wat er aan de hand is.” Toen Nagmahashaya hem weer normaal hoorde spreken, was hij enorm opgelucht. Hij raakte zijn voeten aan, onderzocht ze grondig en zei dat hij niets kon vinden. Sri Ramakrishna vroeg hem opnieuw om ze zorgvuldiger te onderzoeken. Nu raakte Nagmahashaya de voeten van de Meester met meer enthousiasme aan en voelde hoe de Guru de behoeften en moeilijkheden van de discipel wegneemt. Een kleine daad van naastenliefde van de Guru zorgt ervoor dat een ware discipel het als een buitengewoon genadige daad van liefde jegens hem ervaart. En wat te denken van zo’n toegewijde als Nagmahashaya! Zijn verdriet over het feit dat de Meester hem bij zijn eerste bezoek niet toestond zijn voeten aan te raken, was nu verzacht en hij beschouwde zichzelf als gezegend, nu hij die eer wel had gekregen. Tranen stroomden over zijn wangen en hij legde die langverwachte voeten op zijn hoofd en hart. Gezegend zijn de zielen die de relatie tussen de Guru en de discipel kennen, want zij zullen God zien! Rond deze tijd raakte Nagmahashaya ervan overtuigd dat Sri Ramakrishna God in menselijke gedaante was. Toen hem werd gevraagd hoe hij dit kon weten, zei hij: “Nadat ik een paar dagen bij Sri Ramakrishna was geweest, kwam ik door Zijn genade te weten dat Sri Ramakrishna Narayana in menselijke gedaante was en dat Hij in het geheim Zijn Lila (goddelijke spel) speelde in Dakshineswar.” Hij merkte vervolgens op: “Niemand kan Hem realiseren tenzij Hij hem zegent. Zelfs duizend jaar strenge boetedoening zal niet baten om Hem te realiseren, als Hij geen genade toont.”
Op een andere dag ging Nagmahashaya Sri Ramakrishna in Dakshineswar bezoeken. Toen hij daar aankwam, zag hij de Meester rusten na zijn maaltijd. Het was mei en het was een erg zwoele dag. Sri Ramakrishna vroeg hem om hem te verkoelen met een waaier en ging toen slapen. Nagmahashaya verkoelde hem langdurig met de waaier en zijn handen werden moe, maar hij kon niet stoppen zonder toestemming van de Meester. Hij ging daarom door, maar zijn handen werden zo zwaar dat hij de waaier niet langer kon vasthouden. Juist op dat moment greep Sri Ramakrishna zijn hand en nam de waaier over. Verwijzend naar dit voorval zei Nagmahashaya: “Zijn slaap was niet zoals die van gewone mensen. Hij kon altijd wakker blijven. Behalve God is deze toestand voor geen enkele aspirant of zelfs een Siddha bereikbaar.”
