Dutch Articles

Welkom!

Maart 2026

Redactioneel

Oorlog …

Al sinds mensenheugenis bepalen een paar leiders het lot van de massa. We zijn als schapen. Als het coronavirus komt en miljoenen mensen doodt, buigen we ons hoofd. Als ze bommen en raketten gooien, buigen we en rennen we naar schuilkelders. Als ze de prijzen opdrijven door goed gebouwde gebouwen, perfect functionerende olieplatforms, hoogproductieve raffinaderijen enzovoort plat te branden, zeggen we: “O mijn god! De prijzen stijgen weer!” Robert Southey’s ‘After Blenheim’ is inderdaad een goed gedicht over oorlog. “Het was een grote oorlog, zeggen ze.” Zoals de grap luidt: “Alles voor een kleine Nobelprijs.”

Sommigen zeggen dat er geen kortere of gemakkelijkere manier is om het kwaad te bestraffen. Anderen zeggen dat het kwaad niet met kwaad kan worden bestreden en dat oorlogen daarom nutteloos zijn. Weer anderen zeggen dat het grootste deel van de wereldeconomie wordt besteed aan het bouwen van enorme gebouwen, het bombarderen ervan en de wederopbouw. ​​En ondertussen zullen een paar generaals nog wat lintjes en insignes op hun borst hangen. En diezelfde leiders omhelzen elkaar hartelijk, schudden elkaar de hand, glimlachen en heffen een toast op elkaars gezondheid. Hier zal het gewone volk naar kruimels zoeken tussen het puin.

De onheilige en afschuwelijke Tweede Wereldoorlog heeft geen lessen geleerd. Na 1946 volgden er nog verschillende oorlogen en nu lijkt het wel een apocalyps. Wie weet wanneer het zal eindigen en hoe het kwaad vernietigd zal worden, als dat al ooit gebeurt.

Er is hoop. Die hoop is Ishvara, de goddelijke Heer. Het zijn niet de leiders die dit universum hebben geschapen, het was iemand anders die het schiep. Bovendien is Hij het die het beheerst. Hij hoort zelfs de voetsporen van mieren, zeggen de heiligen. Hij is de Antaryami, de Bewoner. Hij is de enige Vriend, Vader, Moeder, Hoop, alles. Dus onze gebeden tot Hem zouden de gedachten moeten veranderen van hen die denken dat zij deze wereld bezitten, zodat zij breken en over vrede spreken.

Laten we allemaal bidden dat het gezond verstand snel zal zegevieren en dat er vrede zal heersen.

Swami Sunirmalananda

__________

Sri Ramakrishna en Swami  Saradananda

Soms vroeg hij een discipel of hij wilde trouwen en geld wilde verdienen. Als hij antwoordde dat hij niet zou trouwen maar in dienst zou moeten treden om geld te verdienen, zou dat de Meester, die een groot liefhebber van vrijheid was, niet tevredenstellen. Hij zou zeggen:” Als je niet trouwt, waarom zou je dan je hele leven de slaaf van iemand zijn? Geef je hele hart aan God, en aanbidt Hem. Als je in de wereld bent geboren, zou dit je hoogste ambitie moeten zijn. Als dat niet mogelijk is, trouw dan, maar maak van de realisatie van God je hoogste doel en handhaaf jezelf altijd eerlijk.” Dat waren Sri Ramakrishna’s opvattingen. Als, daarvoor, enige discipel die hij als speciaal beschouwde, of zelfs redelijk spiritueel begenadigd, trouwde of in dienst ging om geld te verdienen, of werkte voor roem en zijn energie verspilde, zou hij het zeer ter harte nemen.
Een van zijn jonge discipelen (Swami Niranjananda ) aanvaardde een baan om zijn moeder te onderhouden. Toen Sri Ramakrishna ervan hoorde, zei hij: ” Als je dat niet voor je oude moeder had gedaan, had ik je nooit meer aangekeken.” Toen een andere discipel na zijn huwelijk naar de tuin van Cossipore kwam om Ramakrishna te zien na zijn huwelijk, huilde Sri Ramakrishna alsof hij een zoon had verloren. Hij sloeg zijn armen om de nek van de jongen en zei herhaaldelijk huilend: ” Probeer niet voor altijd in de wereld te verzinken door God te vergeten.”
Alle geschriften leren dat vooruitgang op het spirituele pad onmogelijk is zonder oprecht vertrouwen. Dit wetende, maken sommigen van ons er een punt van om in alles en iedereen te geloven. Maar Sri Ramakrishna waarschuwde ons daartegen. Ofschoon hij ons vroeg om met vertrouwen langs het spirituele pad te reizen, heeft hij ons nooit gevraagd om te stoppen met discrimineren. Men zou zijn gevoel voor goed en kwaad moeten gebruiken, zowel op het spirituele pad als in wereldse zaken—-dat, zo denken we, was zijn visie.
Eens ging een van de discipelen (Swami Yogananda ) naar een winkel en kocht een ijzeren pot. Hij deed een beroep op het religieuze gevoel van de winkelier en bekeek de pot niet nauwkeurig. Daarna ontdekte hij dat de pot lekte. Sri Ramakrishna schold hem uit en zei: ” Omdat je een toegewijde van God bent, betekent dat dan dat je een dwaas zou moeten zijn? Denk je dat een winkelier een winkel opent on religie te praktiseren? Waarom heb je de pot niet onderzocht voordat je hem kocht? Doe nooit meer zo dwaas.
Wanneer je gaat winkelen, bepaal je eerst de gebruikelijke prijs van een artikel door langs de verschillende winkels te gaan en vervolgens grondig te onderzoeken wat je wilt kopen. En vergeet niet om kleine extra’s te eisen waar toegestaan.”
Soms, worden sommige mensen, die begonnen zijn met het beoefenen van religie zo goedhartig dat hun vriendelijkheid zelf een slavernij voor hen wordt, en het zelfs van het pad van spiritualiteit afhaalt. Dat is vaak het geval bij zachtmoedige personen. Sri Ramakrishna zou zulke mensen instrueren om standvastig en vastberaden te zijn. Maar degenen die van nature dominant en hardvochtig waren, vroeg hij om zachtaardig te zijn. Swami Yogananda was van een zeer milde aard. We hebben hem nooit boos zien worden of iemand misbruiken, zelfs niet als er een reden toe was. Hoewel het tegen zijn aard en neigingen was, trouwde hij plotseling vanwege zijn tedere hart. Zijn moeder smeekte hem, en toen hij haar zag huilen, had hij niet de kracht om te weigeren. Alleen door de genade van Sri Ramakrishna werd hij gered van een leven van bittere teleurstelling en berouw.
Sri Ramakrishna waakte met grote zorg over hem en probeerde op alle mogelijke manieren zijn overmatige zachtaardigheid te genezen. Het volgende is slechts een voorbeeld dat laat zien hoe Sri Ramakrishna ons zelfs door de kleinste dingen instrueerde.

vanuit Sri Ramakrishna zoals wij Hem zagen

Mevrouw Mary Saaleman is een toegewijde volgelinge van Moeder. Ze bestudeert al tientallen jaren de Vedanta en heeft vele werken over Ramakrishna en Vivekananda bestudeerd.

 

 

____________________________

Vrienden van God

Kees Boukema

Veel westerse filosofen hebben zich verdiept in het thema ‘vriendschap. Wat is het motief voor de vriendschap? Is dat het nut, het plezier of de gevoelens van vriendschap zelf? Betekent  vriendschap meer dan wederzijdse welwillendheid? Moet er gelijkheid zijn tussen vrienden (soort zoekt soort) of trekken juist tegengestelden elkaar aan? Wederzijds vertrouwen wordt beschouwd als een vereiste. Vleierij en onderwerping vormen een bedreiging voor de vriendschap. Filosoof en kerkvader Augustinus bracht vriendschap in verband met ‘transcendentie’. Ware vriendschap tussen mensen bestaat als God de vrienden bij elkaar heeft gebracht. “Vriendschap wordt pas echt, als God mensen samenbindt door zijn liefde.”, schreef hij in zijn autobiografie [Confessiones, IV, 4).

     In sommige mythen wordt ook de verhouding tussen de mens en God voorgesteld als een ‘vriendschapsrelatie’. Zo wordt in de Bijbel aartsvader Abraham vriend van God genoemd (Jacobus 2:23 en Jesaja 41:8)). Abram was de zoon van Terach, woonachtig in Ur der Chaldeeën. Toen Abram 75 jaar was had de Heer tot hem gezegd: “Trek weg uit dit land, verlaat je familie en ga naar het land dat ik je wijzen zal.”  Toen Abram was aangekomen in het land Kanaän richtte de Heer zich tot hem in een visioen en sprak: ”Ik ben de Heer, die jou heeft weggeleid uit Ur der Chaldeeën.” Hij nam Abram mee naar buiten en zei: “Kijk naar de hemel en tel de sterren, als je dat kunt. Zo zal het ook zijn met je nakomelingen.” Abram vertrouwde op de Heer en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. Die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Dit land, zei hij, geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat. (Genesis 12 e.v.). 

     Toen Abram 99 jaar was verscheen de Heer nogmaals aan hem en zei “Ik ben God de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij een onberispelijk leven. Ik wil met jou een verbond aangaan en zal je heel veel nakomelingen geven.” Abram boog diep ter aarde en God sprak: “Ik doe jou deze belofte, je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram [man] heten, maar Abraham [volledig mens], want ik maak je de vader van vele volken. Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven en ik zal hun God zijn.” Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. In de bereidheid van Abraham om zijn zoon Izak, de enige die hij lief had,  aan God te offeren toonde Abraham dat hij ‘ontzag’ had voor God.[Genesis 22).   

     Het boek Exodus van de joodse ‘Torah’ beschrijft dat Abrahams nakomelingen zo talrijk waren geworden dat ze door de farao van Egypte als een gevaar werden gezien. Daarom werden ze gedwongen tot slavenarbeid. Toen God hun jammerkreten hoorde dacht hij aan het verbond dat hij met Abraham en zijn nakomelingen had gesloten. Hij zag hoe zij leden en trok zich hun lot aan. Daarop maakte God zich vanuit een brandende braamstruik bekend aan Mozes, een joodse vondeling opgevoed aan het hof van de farao. God sprak tot hem: “Ik ben de God van je vader, de God van Abraham”. Daarop bedekte Mozes zijn gezicht, want hij durfde niet naar God kijken. God zei:’ Ik heb gezien hoe mijn volk er aan toe is en heb hun jammerklachten gehoord, ik weet hoe zij lijden. Daarom ben ik uit de hemel afgedaald om hen te bevrijden en te brengen naar een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten. Jij moet naar de farao gaan en mijn volk uit Egypte wegleiden. Ga met je broer Aäron. Ik zal bij jullie zijn. Hij zal in jouw  plaats het volk toespreken. Hij zal jouw mond zijn en jij zal zijn god zijn.’ [Exodus 24].

    Aan het eind van het boek Exodus staat, dat God met Mozes persoonlijk sprak, zoals vrienden met elkaar spreken en droeg hem op om het volk van Israël naar het ‘beloofde land’ te leiden. Mozes vroeg God om mee te gaan, als bewijs dat God hem en zijn volk goedgezind was. Daarop zei God zei tot Mozes: “Ik verzeker je, dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb jou uitgekozen”. En Mozes zei: “Laat mij toch uw majesteit zien.” God antwoordde: “Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam Heer uitroepen. […..] Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal mij zien en in leven blijven. Ik zal u in een spelonk zetten en u met mijn hand bedekken totdat ik ben voorbij gegaan. Dan zal ik mijn hand wegnemen en gij zult mij van achteren zien, maar mijn aangezicht mag niet gezien worden.”

Met de ‘vriendschapsrelatie’ wordt hier het leiderschap van Mozes en  Abraham gelegitimeerd.    

     De Bhagavad Gita is onderdeel van het Indische epos de Mahabharata. Ook hier wordt de relatie tussen mens (nara) en God (Narayana) voorgesteld als een vriendschapsrelatie. Namelijk tussen Sri Krishna, een incarnatie van de god Vishnu en zijn vriend, prins Arjuna, legeraanvoerder. Arjuna is de mens op zoek naar God, voor verlossing van verdriet en wanhoop. Krishna is zijn leraar, maar ook zijn wagenmenner. De Bhagavad Gita bevat een gesprek tussen hen, dat plaatsvindt aan de vooravond van een veldslag. Het is tot Arjuna doorgedrongen, dat van hem wordt verwacht, dat hij zijn verwanten zal doden en hij weigert te strijden. Het gesprek wordt beschouwd als de basis van alle religies in India:”Al het Zijnde, alles wat bestaat, is een manifestatie van God.” [The Spiritual Heritage of India’, p. 95.]

     De Bhagavad Gita is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Sri Krishna en zijn vriend en volgeling Arjuna. Krishna is de “Heer die verblijft in het hart van alle wezens.” Krishna is verborgen in ieders hart, maar als de sluier van onwetendheid is verwijderd, horen we de stem van Krishna, de stem van God. In de Bhaghavad Gita ligt de nadruk niet op Krishna als historisch personage, maar op zijn transcendentaal aspect, de Ziel van alle zielen. De Bhagavad Gita bevat niet een bepaald metafysisch systeem, want het is geen metafysisch traktaat, maar bevat metafysische waarheid in zijn vele aspecten, religieuze inzichten en praktijken, De Gita toont geen conflicten of tegenstrijdigheden, maar juist de harmonie tussen religies “God is oneindig en talloos zijn de aspecten en wegen die leiden tot hem.”

“Op welke wijze de mensen ook tot Mij komen, zo verwelkom ik hen.

 Welk pad zij ook volgen, dat pad is het Mijne, het leidt tenslotte tot Mij.” (IV, 11)

In hoofdstuk VII van de Bhagavad Gita verklaart Arjuna, dat het onderricht van zijn vriend Sri  Krishna omtrent het Zelf, zijn onwetendheid op dit punt heeft verdreven en zegt:  “Mijn ziel brandt van verlangen om Uw goddelijke vorm te mogen aanschouwen.  Als het mij mogelijk is, toon mij dan, O Heer, Uw Eeuwige Zelf.” Dan antwoordt Sri Krishna: ’Aanschouw mijn hemelse vormen, de Machten der Natuur en het gehele universum. Ik zal u het Goddelijke Gezichtsvermogen geven. Aanschouw de Glorie van Mijn Oppermacht. Nadat Hij aldus gesproken had toonde Sri Krishna aan Arjuna Zijn allerhoogste en goddelijke Gestalte als de Heer. (Bhagavad Gitâ, Hfdst. XI) 

In dat visioen ziet Arjuna het universum met al zijn veelvoudige gedaanten alles omsloten in Eén, zijn Opperste Heer. Overweldigd door deze angstaanjagende beelden van schepping, vernietiging en ontbinding, buigt Arjuna het hoofd en zegt:  “Wees mij genadig O Machtige en laat mij U weer zien zoals gij eerst waart.” Sri Krishna: “Ik heb mijzelf getoond als Vernietiger, die de wereld verdelgt. Al deze krijgers zullen de dood niet ontkomen. Ik heb hen reeds veroordeeld, weest gij mijn werktuig. Laat uw vrees varen en zie Mij opnieuw in de voor u zo vertrouwde vorm.”

 De Griekse wijsgeer Socrates (427 – 347 v.Chr.) filosofeerde op een heel eigen manier. Hij  werd door het ‘Orakel van Delphi’ de wijste van alle Grieken genoemd. Zijn filosofie kennen wij uit gesprekken die hij voerde en die door leerlingen zijn opgetekend. Socrates placht bij zijn onderricht eerst zijn gesprekspartner te bevragen om hem te bevrijden van misvattingen en zo ruimte te maken voor de waarheid die in hemzelf schuilt. In ‘Lysis’ vertelt Socrates over een gesprek dat hij had met een paar jongens in een sportschool in Athene. Hij had gezegd dat voor hem vriendschap het hoogste goed was, dat hij al vanaf zijn  vroegste jeugd vurig naar vrienden had verlangd en nog steeds er alles voor over had om vrienden te hebben. Socrates was dieper ingegaan op de vraag wat ‘vriendschap’ eigenlijk is. Toen het tot zijn gesprekspartners begon door te dringen dat hun kijk erop niet klopte, werd het gesprek plotseling afgebroken. De jongens werden opgehaald; ze moesten naar huis. Conclusies werden niet getrokken [Lysis, 211 a-e]. Of misschien de conclusie, dat je door discussiëren er niet achter komt wat ‘echte’ vriendschap is, maar door vriendschap te beoefenen: Onderzoek met je vriend waar het in vriendschap om draait. Daar komt nog iets bij.

   Het Griekse woord voor vriendschap “philia” heeft een ruimere betekenis dan het Nederlandse woord ‘vriendschap’. De oude Grieken gebruikten dit woord ook voor de ‘saamhorigheid’ in gemeenschappen, voor de verbinding van ‘kosmische’ elementen en voor wijsbegeerte (filosofie).  In ‘Symposion’ (c.4) zegt Socrates tot zijn jonge vriend Alcibiades: “Het zicht  van de Geest wordt scherper, naar mate de blik van de ogen aan scherpte verliest.” Zie ook ‘De Sofisten’ c. 39: “De ogen van de meeste mensen zijn te troebel om het goddelijke te kunnen aanschouwen.” Filosoferen was voor Socrates een voortdurend pogen van de mens om de bedrieglijke schijn van de zintuiglijke waarneming te overstijgen tot waar de Geest het Ware, Goddelijke (“daimonion”) in de wereld kan aanschouwen (Bruno Snell, Platon’Mit den Augen des Geistes’, S. 2i4.).

  _______________________________

Kees Boukema is sinds decennia student van Vedanta en andere filosofische systemen. Hij heeft divers bijgedragen aan het veld van hoger denken. Hij heeft belangrijke artikelen en boeken geschreven en vertaald. Het nieuwste boek van Dhr Kees Boukema is, De Beoefening van Meditatie.

 

_________________

Dforismen over de nacht

Paulo J. S. Bittencourt
Professor of the History Course at UFFS – Erechim Campus

1. In de donkere nacht van mijn ziel, niet zoals Sisyphus, maar in de onbewuste onverzettelijkheid van blind geloof, werd de schuld die ik droeg – het eeuwige conflict tussen lichaam en ziel dat Kazantzakis voor ogen heeft – een ondraaglijke last.

2. Hoe kunnen geest en lichaam niet met elkaar in conflict komen als geest en lichaam niets meer zijn dan een symptoom van een geest die gespleten is door de meest intense onwetendheid van haat?

3. Waarom jaag ik onbewust schuldgevoel na om mezelf te straffen voor het schuldgevoel dat in mij is ontstaan ​​door me verlaten te voelen en ook anderen te verlaten? Of is het uit de meest ijdele trots om mezelf te presenteren als een vermeend offer?

4. In de donkere nacht van mijn ziel was ik zelfingenomen verdriet, toen melancholie uit de poriën van mijn huid tevoorschijn kwam, die door een leven zo versteend door gevechten bevroren waren. Toen stierf ik.

5. Er stierf iets in mij, hoewel ik niet weet wat het is. Het leek me troebel en ondoorzichtig. Toen viel ik als een gebogen embryo, wanhopig op zoek naar steun te midden van de afgrond van oeroude pijn. Toen leerde ik de ijzige cirkel van de hel kennen.

6. Maar ooit hoorde ik een lama zingen dat, als de vlammen die het bos verteren zich al hebben verspreid, men niet moet vergeten dat geen vuur de onverbiddelijke stroom van vergankelijkheid kan weerstaan.

7. Ik stierf, omdat de dood in het leven moet sterven, en de doden hun doden moeten begraven. In de littekens van mijn verscheurde wezen werd het oprechte verlangen geboren om te leren, misschien voor het eerst, anderen meer waardige en zachte aandacht te geven.

8. Ik weet niet of ik ooit nog donkere nachten van de ziel zal meemaken. Maar ik weet dat deze laatste, zoals het is gelopen, zich nooit meer zal herhalen. Als anderen komen, kan ik misschien op mijn voeten landen, wat alles is waar men naar streeft, en hen als meesters vereren, want waardig sterven, net zoals men ernaar streeft te leven – ook al is het zo’n lange kunst voor zo’n kort leven – is in mijn ogen een mogelijke zin van het bestaan ​​geworden.

9. Vanaf nu laat mijn zoektocht naar de waarheid de as van zekerheden achter zich en overweegt het zuiverste geloof van de mysticus, die geen deelneemt aan overtuigingen. De waarheid die lacht is hoogmoediger, en de aandachtige stilte, de meest intieme uitdrukking van eerbiedige verbondenheid met het mysterie.

10. Ik heb de banieren van de oorlog die mij zo wreed van binnenuit teistert nog niet gestreken. Maar ik voel iets meer vrede, en ik kan al de sterrennacht beschouwen die Vincent van Gogh in blauw en grijs schilderde, “kijkend naar de zomerdagen buiten, met ogen die de duisternis van mijn ziel kennen.”

Professor Paulo Bittencourt is a brilliant teacher of Ancient and Medieval History at the Universidade Federal da Fronteira Sul UFFS [Erechim Campus], Brazil. He contributes articles regularly, and is a columnist of a periodical too. He has several books to his credit. He is an ardent student of Vedanta.

 

 

______________________________________

Emotionele Triggers

[Happinez magazine]

Contributie: Francis van Schaik

Shenpa is een term uit het Tibetaans boeddhisme waarmee de rusteloze energie van onze impulsen wordt bedoeld. Volgens Pema Chödrön kunnen we onszelf leren om niet door onze impulsieve reacties te worden meegesleept. De volgende oefening helpt daarbij.

Waarom emotionele triggers zo’n grote invloed hebben

We kennen het allemaal: één opmerking, blik of situatie en ineens reageer je feller dan je zou willen. Achteraf denk je misschien: waarom raakte me dit zo? Emotionele triggers lijken vaak automatisch en oncontroleerbaar, maar volgens het Tibetaans boeddhisme zit er juist ruimte tussen prikkel en reactie. Die ruimte leren herkennen en benutten, dát is waar deze oefening over gaat.

Wat is shenpa?

In het Tibetaans boeddhisme wordt de term shenpa gebruikt voor de rusteloze, plakkerige energie die ontstaat wanneer we worden geraakt door een emotie en daar direct in meegaan. Auteur en boeddhistisch leraar Pema Chödrön beschrijft shenpa als het moment waarop we inhaken: we worden meegezogen door irritatie, woede, schaamte of verdriet en reageren automatisch. Het goede nieuws: shenpa is geen fout, maar een signaal. En je kunt leren om er anders mee om te gaan. Dat doe je zo:

Een oefening om emotionele triggers te doorbreken

  1. Herken het moment van ‘inhaken’

De eerste stap is bewustwording. Probeer te merken wanneer je emotioneel wordt geraakt en automatisch reageert. Dat kan iets kleins zijn: iemand snijdt je af in het verkeer, een collega maakt een opmerking, je partner zegt iets op een verkeerde toon. Het moment waarop je merkt: nu haak ik in, is cruciaal. Niet om jezelf te veroordelen, maar om simpelweg te herkennen: dit is shenpa.

  1. Onderbreek je automatische reactie

In plaats van de impuls te volgen, pauzeer je bewust:

haal drie langzame, diepe ademhalingen

blijf met je aandacht bij de sensatie van de emotie

Pema Chödrön nodigt uit om nieuwsgierig te worden: Hoe voelt deze emotie in mijn lichaam? Is het warm, strak, onrustig? Welke gedachten horen erbij? Je hoeft niets op te lossen of te veranderen. Alleen aanwezig blijven bij de energie, zonder oordeel. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker in het begin. Blijf daarom zo lang als het draaglijk is.

  1. Ontspan en ga verder met je dag

Laat de oefening daarna weer los en ga verder met wat je aan het doen was. Het doel is niet om emoties weg te drukken, maar ook niet om erin te blijven hangen. Begin met oefenen bij kleine, alledaagse triggers: in het verkeer, op je werk, thuis. Het dagelijks leven biedt eindeloos oefenmateriaal. Door klein te beginnen, ontwikkel je veerkracht die je ook helpt bij grotere emotionele uitdagingen.

Emotionele vrijheid begint met aandacht

Omgaan met emotionele triggers betekent niet dat je nooit meer boos, verdrietig of geïrriteerd zult zijn. Het betekent dat je leert niet automatisch te reageren, maar bewuster te kiezen. Elke keer dat je shenpa herkent en er even bij blijft, train je je vermogen om ruimte te creëren. Ruimte voor mildheid, helderheid en uiteindelijk meer innerlijke rust. Zie deze oefening niet als iets wat ‘goed’ of ‘perfect’ moet lukken, maar als een zachte uitnodiging om jezelf beter te leren kennen — precies op de momenten waarop het er echt toe doet.

 Waarom we emoties liever vermijden

Veel van ons hebben geleerd om ongemak zo snel mogelijk te verdoven. We grijpen naar onze telefoon, zetten de tv aan, eten iets zoets of houden onszelf bezig om maar niet te hoeven voelen wat er speelt.

Happinez

Francis van Schaik is een coach van jongeren en ook een student van menselijke relaties met de natuur, de wereld en de Waarheid. Ze levert regelmatig bijdragen aan ons online magazine. Francis is de bijdragende redacteur van deze pagina: Ik Ben.. – Home (kindercoaching-ikben.nl