Mother’s innocence

Mother Sarada Devi

Laura Glenn [Sister Devamata]

Innumerable were the devotees who gathered at Holy Mother Sri Sarada Devi’s feet to crave her blessings and learn of her. She herself told me that when she was in her village she would be awakened frequently at two or three in the morning by eager pilgrims, who not daring to cross the long stretch of unshaded fields under the schrching heat of the sun made the journey after  nightfall, thus arriving very late. Most often they were personally unknown to her, but always it was her custom to rise, prepare food for them with her own hands and then send them to rest in the tiny guest room, built by a village disciple for the use of her devotees.

A gentle cheerfulness there was about Mother Sarada Devi always, and a lurking sense of humour which made it possible to talk to her of anything. The smallest concern was of interest to her and she could lose herself in childish play with as much zest as the little niece of eight, Radhu by name, who lived with her. I can still see her keen amusement over a jack-in-the-box which I brought for the little niece from an English shop. Each time it sprang out with the familiar squeak, she would repeat the sound, laughing heartily.

Another day when I came in, I found her engaged in stringing little glass beads and Radhu exclaimed: “My Baby Krishna had no jewels as the images in the temples have.” There was no mockery of play in the Mother’s manner. Even this little toy was a sacred symbol of Divinity, and she decked it with the same grave devotion as a devout nun might dress the Baby Jesus.

 

Gedachten van Moeder Sri Sarada Devi

Moederlijke zorg

Tijdens Sri Ramakrishna’s jaren in Dakshineswar bezochten verschillende jonge jongens hem regelmatig en beoefenden ze onder zijn leiding intense ascese. Sommige van deze jongens bleven overnachten om te mediteren. Omdat Sri Ramakrishna wist dat overeten de meditatie in de weg zou staan, had hij het aantal chapati’s dat elk van hen mocht eten strikt gereguleerd, afhankelijk van hun fysieke mogelijkheden. Op een dag vroeg hij Baburam [later Swami Premananda] hoeveel roti hij ‘s avonds at. Toen Baburam antwoordde dat hij er vijf of zes at, zei de Meester dat dat te veel was en vroeg hij hem waarom. Baburam antwoordde dat hij alles at wat Moeder hem gaf. Daarop ging Sri Ramakrishna naar Moeder Sri Sarada Devi en klaagde dat zij de spirituele toekomst van die jongemannen zou bederven door hen te veel te eten te geven. Maar Moeder antwoordde: “Waarom maak je je zo druk omdat hij twee roti’s te veel heeft gegeten? Ik zal voor hun welzijn zorgen. Je hoeft hen niet te verwijten dat ze eten.” Het was duidelijk dat de Goddelijke Moeder, Sri Sarada Devi, geen voldoening kon vinden zonder Haar kinderen naar volle tevredenheid te voeden. Sri Ramakrishna begreep dit en lachte de hele zaak weg.

Onder Sri Ramakrishna’s toegewijden bevond zich een rijke en vriendelijke Marwari. Zijn naam was Lakshminarayan. Op een dag, toen hij Sri Ramakrishna’s lakens gescheurd aantrof, wilde hij tienduizend roepies (een enorm bedrag in die tijd) storten, zodat hij van de rente al zijn persoonlijke behoeften kon bekostigen. Sri Ramakrishna kon dit voorstel niet verdragen en verzocht de koopman om er nooit meer in zijn bijzijn over te spreken. Als test stuurde de Meester de koopman naar Moeder en zei tegen de Marwari dat hij haar het bedrag mocht geven, als zij er geen bezwaar tegen had. Moeder wees het voorstel resoluut af en zei dat als zij het geld aannam, het net zo goed zou zijn als hij het aannam, omdat het hele bedrag aan zijn dienst zou worden besteed. Toen Sri Ramakrishna hoorde dat Moeder het aanbod volledig had afgewezen, was hij blij.